Door Frank , 28 juni 2026

China: 45 jaar vooruitgang in een tijd van westerse nostalgie
 

Er zijn maar weinig landen die zichzelf in minder dan een halve eeuw zo ingrijpend hebben heruitgevonden als China. In ongeveer 45 jaar tijd evolueerde het land van een grotendeels arme, agrarische samenleving naar een industriƫle, technologische en infrastructurele grootmacht. Dat gebeurde niet zonder fouten, spanningen of tegenstellingen. Maar de schaal van die transformatie is historisch. Terwijl een groot deel van het Westen - en in het bijzonder de Verenigde Staten - vandaag vaak teruggrijpt naar een politiek van nostalgie, met slogans over herstel van vroegere grootheid, lijkt China zich veel nadrukkelijker te richten op de vraag hoe de toekomst georganiseerd moet worden. Niet: hoe keren we terug naar wat ooit was? Maar: hoe bouwen we aan wat nog moet komen?


 Dat verschil in oriĆ«ntatie is cruciaal. Waar in Washington het politieke debat vaak draait rond verlies, verval, identiteit en terugkeer, draait het in Beijing steeds meer rond integratie, modernisering, productiviteit, onderzoek, technologische capaciteit en langetermijnplanning. Dat betekent niet dat China zonder problemen is. Integendeel. Elke ontwikkelingsfase creĆ«ert nieuwe tegenstellingen. Maar het wijst wel op een fundamenteel andere bestuurslogica. China kijkt, althans in zijn officiĆ«le ontwikkelingsvisie, niet achteruit naar een geromantiseerd verleden, maar vooruit naar een nieuwe fase van kwalitatieve groei.

Einar Tangen on China

 

Door Frank Dumon

 

Van snelle groei naar ontwikkeling van hoge kwaliteit


Gedurende decennia werd China's opmars vooral beschreven in termen van snelheid: hoge groeicijfers, massale industrialisering, urbanisatie, exportexpansie en infrastructuur op ongeziene schaal. Die fase heeft het land gevormd. Maar de Chinese leiding maakt al enige tijd duidelijk dat hoge snelheid niet langer volstaat. 

De nieuwe kernterm is "high-quality development": ontwikkeling van hoge kwaliteit. Dat begrip verwijst naar een verschuiving weg van louter kwantitatieve expansie - meer beton, meer schulden, meer volume - naar een model waarin efficiƫntie, innovatie, duurzaamheid, technologische onafhankelijkheid en sociale meerwaarde centraal staan. In de doelstellingen van het 14e Vijfjarenplan wordt dat expliciet gekoppeld aan een sterkere binnenlandse markt, modernisering van de industrie, digitalisering en een jaarlijkse stijging van de uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling met meer dan 7 procent. Dat is geen detail. Een land dat systematisch zijn onderzoekscapaciteit opdrijft, maakt duidelijk dat het zich niet langer tevreden stelt met de rol van fabriek van de wereld. Het wil ook laboratorium, ontwerpbureau, technologieplatform en normsteller worden.

Die overgang wordt in de Chinese beleidswereld vaak samengevat met een andere sleutelterm: "new quality productive forces" nieuwe kwalitatieve productiekrachten. Volgens toelichtingen van de Chinese Nationale Ontwikkeling- en Hervormingscommissie gaat het om een productiviteitsmodel dat steunt op technologische doorbraken, innovatieve allocatie van productiefactoren en diepgaande industriƫle opwaardering. Met andere woorden: China wil niet alleen meer produceren, maar beter produceren.
 

Niet de taart verdelen, maar de taart groter maken

Een belangrijk element in deze nieuwe ontwikkelingsfase is het idee dat economische groei breder moet renderen. In westerse discussies wordt China vaak voorgesteld alsof het louter een technocratisch productiemodel uitrolt. Maar in de Chinese beleidsretoriek zit ook een ander uitgangspunt: de welvaart moet verbreed worden. Dat betekent niet dat ongelijkheid verdwenen is, of dat de praktijk altijd overeenstemt met de ambitie. Maar het politieke doel wordt steeds vaker omschreven als het vergroten van het maatschappelijke aandeel van deze ontwikkeling en niet enkel het verrijken van een beperkte bovenlaag. 

Anders gezegd: de taart moet groter worden voor iedereen, niet alleen voor een kleine minderheid.

In dat opzicht contrasteert China scherp met een aantal westerse economieƫn waar productiviteitsgroei de voorbije decennia vaak gepaard ging met regionale leegloop, tekort aan industrialisering en een groeiend gevoel dat de vruchten van globalisering slechts bij enkelen terechtkwamen. De politieke reactie daarop was in de VS niet zelden nostalgisch: terug naar een verondersteld beter verleden, terug naar oude industrieƫn, terug naar een nationale mythe. China kiest voor een andere route: niet terug naar gisteren, maar herorganisatie van het nationale ontwikkelingsmodel om morgen competitiever te zijn.


Chinanomics 3.0: een geĆÆntegreerde strategie


Einar Tangen

 

In zijn essay Chinanomics 3.0 beschrijft Einar Tangen die nieuwe fase als een verschuiving in Beijing's ontwikkelingsstrategie, waarbij afzonderlijke beleidsdomeinen niet los van elkaar mogen worden gelezen, maar als onderdelen van een groter geheel. Hij wijst erop dat initiatieven zoals de Unified National Market, industriële opwaardering, digitale soevereiniteit, bescherming van het milieu en veranderingen in de evaluatie van lokale kaderleden elkaar onderling versterken. Dat is een belangrijk inzicht. Veel buitenlandse analyses bekijken Chinese beleidsmaatregelen geïsoleerd: een infrastructuurplan hier, een industrieel programma daar, een hervorming van lokale besturen elders. Maar vanuit Beijing lijken die maatregelen steeds meer te functioneren als componenten van een strategisch geïntegreerd systeem.

De inzet is groot. China probeert zich om te vormen van een verzameling concurrerende lokale groeimachines tot een continentale economie waarin kapitaal, data, energie, arbeid, goederen en technologie efficiƫnter over het hele grondgebied kunnen stromen. Dat is niet alleen economisch relevant. Het is ook een geopolitieke strategie. In een wereld van handelsconflicten, sancties, ontkoppeling en strategische rivaliteit wordt een grote, intern samenhangende binnenlandse markt een vorm van weerbaarheid. Tangen ziet daarin geen toevallig technocratisch project, maar een poging om de Chinese economie structureel klaar te maken voor een nieuwe historische fase. Of men zijn interpretatie volledig deelt of niet, zijn centrale punt blijft relevant: wie China wil begrijpen, moet leren kijken naar samenhang, niet alleen naar losse maatregelen.

De Kunshan Way: lokale ontwikkeling als laboratorium


Binnen die bredere Chinese ontwikkelingsgeschiedenis krijgt ook Kunshan een symbolische plaats. Einar Tangen is niet toevallig de auteur van The Kunshan Way, dat door zijn eigen biografische profiel wordt omschreven als een fundamentele tekst over Chinese gemeentelijke ontwikkeling.

 

Kunshan

Discover Kunshan: Uncover the Charm, Culture & Attractions
 

Waarom is Kunshan interessant? Omdat het staat voor een typisch Chinees fenomeen: de manier waarop lokale besturen, industriƫle zones, infrastructuur, buitenlandse investeringen, opleiding en bestuurlijke experimenten in bepaalde steden werden samengebracht tot versnelde ontwikkelingsmodellen. China werd niet alleen opgebouwd vanuit Beijing, maar ook via honderden lokale proeftuinen waar economische modernisering concreet vorm kreeg. De "Kunshan Way" kan men lezen als een samenvatting van die logica: pragmatisme, bestuurlijke sturing, industriƫle clustering, openheid voor investeringen en een hardnekkige focus op uitvoerbare resultaten. Dat model heeft China enorme vooruitgang gebracht, maar bracht ook nadelen voort: lokale versnippering, concurrentie tussen regio's, duplicatie, overcapaciteit en ongelijke kwaliteit.

Precies daarom probeert Beijing vandaag een nieuwe stap te zetten. Het lokale experiment blijft belangrijk, maar moet sterker worden ingebed in een nationale integratiestrategie. De tijd van louter lokale kampioenen maakt geleidelijk plaats voor een economie waarin nationale standaarden, technologische opwaardering en productieve samenhang zwaarder wegen.


Wang Huning en Amerika als waarschuwing

 

Wang Hunin


 

Een bijzonder interessante figuur in dit verhaal is Wang Huning. Vandaag behoort hij tot de absolute top van de Chinese politiek, maar veel eerder werd hij bekend als intellectueel en politiek denker. In 1988 bracht hij als visiting scholar zes maanden door in de Verenigde Staten. Die ervaring verwerkte hij later in het boek America Against America, gepubliceerd in 1991.

Dat boek is de laatste jaren opnieuw veel besproken, omdat Wang er al vroeg spanningen benoemde die later nog zichtbaarder zouden worden: ongelijkheid, sociale fragmentatie, culturele ontbinding, commercialisering en interne tegenstrijdigheden binnen de Amerikaanse samenleving. 

Tegelijk was hij niet simplistisch. Hij erkende ook de kracht van de Verenigde Staten: hun moderniteit, institutionele flexibiliteit en politieke continuĆÆteit. Dat dubbele perspectief is belangrijk. Wang beschreef Amerika niet als een karikatuur, maar als een samenleving vol energie en creativiteit, die tegelijk haar eigen tegenstellingen produceert. Precies dat idee - Amerika tegen Amerika - klinkt vandaag opvallend actueel. Wat ooit als observatie van een buitenlandse bezoeker gold, lijkt inmiddels voor velen een diagnose van het hedendaagse Amerikaanse systeem: enorme macht, maar ook diepe polarisatie; technologische dynamiek, maar ook sociale ontwrichting; mondiale invloed, maar ook intern wantrouwen.

 

Wang Huning


Voor China had dat blijkbaar een les. Niet alles wat modern is, is stabiel. Niet elke marktsamenleving organiseert vanzelf het algemeen belang. En niet elke grootmacht overleeft haar eigen overmoed. De vraag is dan niet alleen hoe China rijker kan worden, maar ook hoe het kan vermijden de fouten van andere grootmachten te kopiƫren.


Kan China de verleiding van het imperium weerstaan?

Die vraag komt ook terug in het denken van Einar Tangen. In zijn gesprek "Can China Resist the Temptation of Empire?" stelt hij dat imperiale verleiding voor de Verenigde Staten een structurele vloek is geworden: expansie, overreach, dominantie en de gewoonte om internationale verhoudingen vanuit hiƫrarchie te bekijken. De impliciete vraag is of China, nu het machtiger wordt, aan die logica kan ontsnappen.

Dat is geen academische vraag. Elke opkomende macht wordt geconfronteerd met dezelfde test: gebruikt ze haar capaciteit om orde, handel, infrastructuur en wederzijds voordeel op te bouwen, of glijdt ze af naar overheersing en zelfbevestiging?
China presenteert zichzelf nadrukkelijk als een land dat ontwikkeling wil delen, connectiviteit wil versterken en de economische "taart" wil vergroten. Critici zullen daartegen inbrengen dat ook Chinese macht belangen dient en strategisch wordt ingezet. Dat klopt uiteraard. Geen enkele staat handelt belangeloos. Maar het onderscheid tussen een model dat streeft naar wederzijdse ontwikkeling en een model dat vooral steunt op geopolitieke onderwerping blijft wezenlijk.

De uiteindelijke toets zal niet retorisch zijn, maar praktisch: wordt China's groei een hefboom voor bredere welvaart, of enkel voor eigen machtsprojectie? Die vraag blijft open. Maar ze is relevanter dan de simplistische tegenstelling tussen "goed" en "kwaad" waarmee veel geopolitieke discussies vandaag verarmen.


Onderzoek, technologie en productiekracht

Wie China's huidige koers wil begrijpen, kan niet om onderzoek en technologische capaciteit heen. Het land investeert niet alleen in infrastructuur, maar ook in kennis, digitalisering, industriĆ«le vernieuwing, energieomslag en geavanceerde productie. De officiĆ«le beleidsdoelen leggen nadruk op de reĆ«le economie, modernisering van industriĆ«le ketens, digitale transformatie en een sterkere binnenlandse markt. 

Daarmee schuift China op van het oude beeld van goedkope massaproductie naar een veel complexere economische architectuur: hoogwaardige maakindustrie, slimme logistiek, AI, geavanceerde energie, digitale soevereiniteit en onderzoeksintensieve innovatie. Juist daar ligt de betekenis van termen als "new quality productive forces": productiviteit moet voortaan niet alleen uit schaal komen, maar uit kennis, coƶrdinatie en technologische diepte. Dat betekent ook dat de concurrentie tussen China en de VS steeds minder louter commercieel is. Het gaat niet meer alleen over wie meer exporteert, maar over wie de toekomst organiseert: de productieplatformen, de standaarden, de infrastructuren, de netwerken en de technologische ecosystemen waarop de volgende economische fase zal draaien.


Meer dan de helft van de wereldwijde robotinstallaties

Een van de meest tastbare signalen van die omslag is China's positie in de robotisering van de industrie. China heeft een dominante rol in de wereldwijde industriƫle robotinstallatie. Gezaghebbende datasets die internationale robottrends samenvatten, gebaseerd op cijfers van de International Federation of Robotics, tonen hoe sterk China op dit terrein is opgeschoven en hoe groot zijn aandeel in nieuwe industriƫle robotinstallaties is geworden. China is vandaag veruit de grootste markt voor industriƫle robotinstallaties en vertegenwoordigt meer dan de helft van de wereldwijde nieuwe installaties volgens veel recente internationale overzichten op basis van IFR-data.

Dat is geen triviaal gegeven. Robotisering is niet alleen een cijfer over machines. Ze is een indicator van industriƫle verdieping, automatisering, kwaliteitscontrole, productiviteitsgroei en technologische maturiteit. Een land dat op die schaal robots installeert, is niet simpelweg de werkbank van de wereld; het is bezig zijn productieapparaat systematisch te herdefiniƫren.


China versus Amerikaanse nostalgie

Het contrast met de Verenigde Staten wordt hier scherp. De VS blijven een immense technologische macht, met topuniversiteiten, innovatieclusters en financiƫle diepte. Maar politiek wordt het land steeds vaker beheerst door het narratief van verlies en herstel: maak Amerika weer groot, breng banen terug, herstel oude zekerheden, win het verleden terug.

China gebruikt een ander vocabularium. Daar luidt de vraag niet hoe men een vervlogen industriƫle wereld opnieuw tot leven wekt, maar hoe men de overgang maakt naar een nieuwe productiefase. Dat betekent niet dat het Chinese verhaal vanzelf moreel superieur is. Het betekent wel dat het denken strategisch anders is.

In zekere zin leven beide landen in een ander historisch bewustzijn. Voor een groot deel van de Amerikaanse politiek is de toekomst vaak een strijd om het verleden te recupereren. Voor China is de toekomst een planningsprobleem: hoe herorganiseren we instituties, infrastructuur, onderzoek en productie zodat het systeem op lange termijn sterker wordt? Daarin schuilt wellicht de diepste tegenstelling. Nostalgie kijkt achterom. Ontwikkelingsstaatkunde kijkt vooruit.


Een open einde maar geen eindpunt

Toch zou het verkeerd zijn China als een afgewerkt succesverhaal te beschrijven. Het land kampt met reƫle problemen: demografische druk, schulden op lokaal niveau, geopolitieke confrontatie, vastgoedspanningen, externe handelsrisico's en de moeilijke overgang van investeringsgedreven naar innovatiegedreven groei. Zelfs de meest doordachte strategie produceert nieuwe kwetsbaarheden. Maar precies daar ligt misschien het verschil met veel westerse systemen: de Chinese leiding lijkt die problemen niet te willen oplossen door naar het verleden terug te keren, maar door een nieuwe ontwikkelingsfase te ontwerpen.

Of dat zal slagen, weten we niet. Geschiedenis kent geen garanties. Wel valt vast te stellen dat China zich vandaag niet gedraagt als een natie die op haar herinneringen leeft. Het gedraagt zich als een natie die, met alle risico's van dien, nog altijd probeert haar volgende fase uit te vinden. En misschien is dat wel de kern van de vergelijking met Amerika: niet dat het ene land perfect is en het andere niet, maar dat het ene vooral bezig lijkt met wat het verloren heeft, terwijl het andere vooral gefixeerd is op wat het nog wil worden.


Bronnen

  • De Chinese omschrijving van "new quality productive forces" koppelt die aan technologische doorbraken, innovatieve inzet van productiefactoren en industriĆ«le opwaardering. en.ndrc.gov.cn

  • China's 14e Vijfjarenplan legt expliciet de nadruk op ontwikkeling van hoge kwaliteit, een sterkere binnenlandse markt en jaarlijkse groei van R&D-uitgaven met meer dan 7%. https://english.www.gov.cn/w/14thfiveyearplan/

  • Einar Tangen beschrijft in Chinanomics 3.0 de samenhang tussen marktintegratie, industriĆ«le modernisering, digitale governance en kwalitatieve ontwikkeling. asianarratives.substack.com

  • CIGI beschrijft Einar Tangen als senior fellow, specialist in China's rol in global governance en auteur van The Kunshan Way. cigionline.org

  • America Against America van Wang Huning is gebaseerd op zijn ervaringen als visiting scholar in de Verenigde Staten in 1988, tijdens een verblijf van zes maanden. Wikipedia

  • Internationale datasets op basis van IFR-cijfers tonen China's leidende positie in industriĆ«le robotinstallaties wereldwijd. Our World in Data

  • The Kunshan Way https://www.cigionline.org/people/einar-tangen/

  • America Against America https://en.wikipedia.org/wiki/America_Against_America 

  • YouTube Einar Tangen: Can China Resist the Temptation of Empire? https://youtu.be/tKjf-868TKo