De Primakov-driehoek herboren: hoe Rusland, Iran en China de wereldorde hervormen

In 1999, op het hoogtepunt van de Amerikaanse unipolaire hoogmoed, maakte de Russische minister van Buitenlandse Zaken Jevgeni Primakov een vlucht boven de Atlantische Oceaan. Halverwege de oversteek gaf hij zijn piloten het bevel om rechtsomkeert te maken en naar Moskou terug te vliegen. Het was een krachtig diplomatiek statement tegen de Amerikaanse arrogantie – de NAVO stond op het punt Joegoslavië te bombarderen zonder VN-mandaat – maar het was ook het startsein voor een strategische visie die de wereldorde zou veranderen: de 'Primakov-driehoek'.
Door Frank Dumon
Primakov voorzag dat de unipolaire wereld, gedomineerd door de Verenigde Staten, onhoudbaar was. Hij stelde een strategische driehoek voor tussen Rusland, India en China (de RIC-landen) om een multipolair tegenwicht te creëren. In het Westen werd dit idee destijds weggelachen. De NAVO breidde uit, de euro werd gelanceerd, en de Amerikaanse econoom Francis Fukuyama had het 'einde van de geschiedenis' uitgeroepen. De RIC-landen werden gezien als een onsamenhangende groep: Rusland was economisch geruïneerd, India was naar binnen gekeerd, en China was nog de 'fabriek van de wereld' voor westerse merken.
Vandaag, bijna drie decennia later, ben ik op 79-jarige leeftijd getuige van de opmerkelijke evolutie van die visie tot een levende realiteit. Het concept dat ooit opriep tot een strategische as van Rusland, India en China, wordt voor onze ogen op dramatische wijze hervormd – met Iran in een centrale rol. De Primakov-driehoek is niet slechts een realiteit geworden; het is de kernreactor van de nieuwe multipolaire wereldorde.
Wat analisten de 'Primakov-driehoek' noemen
De geopolitieke formatie die ooit bekendstond als het RIC-acroniem (Rusland–India–China) maakt stilletjes plaats voor een nieuwe configuratie: RIC als Rusland–Iran–China. Deze transformatie is niets minder dan de opkomst van een krachtig nieuw Euraziatisch blok – een blok dat de naoorlogse wereldorde fundamenteel uitdaagt.
De Primakov-doctrine: een visie die haar tijd vooruit was

Om deze ontwikkeling te begrijpen, moet men eerst Jevgeni Maksimovitsj Primakov kennen. Een torenhoge figuur in de Russische diplomatie – academicus, arabist, directeur van de Buitenlandse Inlichtingendienst, minister van Buitenlandse Zaken en ten slotte premier van 1998 tot 1999 – formuleerde Primakov in de jaren negentig een politieke doctrine die ervan uitging dat de nationale veiligheid van Rusland afhing van zijn supermachtstatus. De kern van de doctrine was de verwerping van een unipolaire internationale orde onder leiding van de Verenigde Staten.
Primakovs doctrine rustte op vijf pijlers:
- Rusland als een machtige actor met een onafhankelijk buitenlands beleid.
- Een multipolaire wereld beheerd door een concert van grootmachten.
- Russische suprematie in de voormalige Sovjetsfeer en Euraziatische integratie.
- Verzet tegen NAVO-uitbreiding.
- Een strategisch partnerschap met China.
Het belangrijkste element was Primakovs pleidooi voor een strategisch trilateraal bondgenootschap van Rusland, China en India als tegenwicht tegen de Verenigde Staten in Eurazië. Het concept – voor het eerst voorgesteld tijdens zijn bezoek aan India in december 1998 – ontstond deels als reactie op de Westerse militaire superioriteit tijdens de Golfoorlog van 1991. In de twee decennia daarna kende het RIC-formaat periodieke bijeenkomsten op ministerieel en soms leidersniveau, en leidde het uiteindelijk tot de vorming van BRICS.
Waarom Iran India vervangt
Toch kwam het oorspronkelijke RIC zelden verder dan beleefde verklaringen. Diep wantrouwen tussen India en China – verergerd door terugkerende grensconflicten – zorgde ervoor dat het format grotendeels onderbenut bleef. India's historische 'dubbele spel', balancerend tussen Oosterse en Westerse mogendheden terwijl het zijn strategische ambiguïteit bewaarde, verhinderde dat de RIC-driehoek de door Primakov beoogde samenhang kreeg.
De geopolitieke calculus is de afgelopen jaren drastisch veranderd. Terwijl India zijn kansen blijft spreiden – nauwe banden met Washington onderhoudt terwijl het Moskou en Beijing betrekt – is Iran naar voren gekomen als een betrouwbaardere en strategisch beter afgestemde partner voor zowel Rusland als China.
Verschillende factoren verklaren de verheffing van Iran tot de driehoek:
- Ten eerste delen Iran, Rusland en China een fundamentele oppositie tegen de door de VS geleide unipolariteit. Alle drie beschouwen zichzelf als doelwit van Amerikaanse inperkingsstrategieën en sanctieregimes.
- Ten tweede heeft Iran's 'Kijk naar het Oosten'-beleid, geformaliseerd door zijn toetreding tot de Shanghai-samenwerkingsorganisatie (SCO) in 2023 en kort daarna tot BRICS, systematisch de banden met zijn machtige oostelijke buren verstevigd.
- Ten derde heeft de ondertekening van een alomvattend strategisch partnerschapsverdrag tussen Rusland en Iran in januari 2025 – dat handel, militaire samenwerking, wetenschap, cultuur en onderwijs bestrijkt – wat lang in ontwikkeling was geformaliseerd. China en Iran zijn sinds 2021 al omvattende strategische partners.
«De geactualiseerde 'Primakov-driehoek' omvat nu Rusland, Iran en China in plaats van Rusland, India en China.» — Geopolitiek analist Pepe Escobar
De architectuur van samenwerking
De opkomende driehoek is niet louter een diplomatieke abstractie. Concrete samenwerking op meerdere domeinen versnelt snel.
Militaire en maritieme samenwerking. Het zichtbaarste manifest van de nieuwe alliantie zijn de jaarlijkse oefeningen 'Maritieme Veiligheidsgordel'. Sinds 2019 voeren de marines van Iran, Rusland en China gezamenlijke manoeuvres uit in de noordelijke Indische Oceaan en de strategisch vitale Straat van Hormuz – een van 's werelds belangrijkste maritieme knelpunten. De oefeningen 'Maritieme Veiligheidsgordel 2026' waren 'relevant', aldus de Russische presidentiële adviseur Nikolaj Patroesjev, die opmerkte dat Rusland werkt aan een 'multipolaire wereldorde op de oceanen' als antwoord op de Westerse hegemonie. De eerste BRICS-marineoefening, getiteld 'Wil voor Vrede 2026', vond plaats in januari 2026 met deelname van Rusland, China, Iran, de Verenigde Arabische Emiraten en Zuid-Afrika.
Nucleaire diplomatie. De drie machten hebben steeds vaker gecoördineerde standpunten ingenomen over het Iraanse nucleaire programma. In maart en april 2026 hielden vice-ministers van Buitenlandse Zaken van Iran, Rusland en China trilaterale bijeenkomsten in Teheran en Beijing, waarbij ze gezamenlijke verklaringen uitvaardigden die diplomatieke oplossingen benadrukten, illegale unilaterale sancties verwierpen, en de noodzaak benadrukten om het beleid van druk en dreiging met geweld te staken.
Economische integratie. De economische banden verdiepen zich snel. Iran en China zouden hebben afgesproken de handel in het komende decennium te verhogen tot 600 miljard dollar, geformaliseerd in een 25-jarig alomvattend strategisch document. Iran streeft naar een vrijhandelsovereenkomst met de door Rusland geleide Euraziatische Economische Unie. China's Belt and Road Initiatief doorkruist Eurazië, met Iran als een kritieke schakel in het enorme infrastructuurnetwerk dat opkomende markten van Centraal-Azië tot de Middellandse Zee verbindt.
Multilaterale platforms. De driehoek functioneert binnen en via bestaande multilaterale kaders. Iran, Rusland en China zijn prominente leden van BRICS+ en de SCO, en gebruiken deze platforms om hun collectieve stem te versterken en standpunten over internationale kwesties te coördineren.
Voorbij de driehoek: een nieuw Euraziatisch hartland
De implicaties van deze opkomende alliantie reiken veel verder dan de drie landen zelf. Geopolitiek analist F. William Engdahl heeft de zich ontwikkelende economische, politieke en militaire banden die Iran, China en Rusland verbinden, beschreven als een opkomende 'Gouden Driehoek' in Eurazië – een nieuwe Hartlandmacht die doet denken aan de geopolitieke theorieën van Halford Mackinder.
Sommige waarnemers zien een nog bredere herschikking plaatsvinden. Er zou een nieuw blok in de regio kunnen ontstaan bestaande uit China, Rusland, Pakistan, Iran, Turkije en Centraal-Aziatische staten. De Amerikaans-Israëlische oorlog tegen Iran heeft nieuwe impuls gegeven aan de Chinese en Russische push voor een overgang naar een multipolaire wereld, waarbij sommigen zelfs suggereren dat er een quadrilateraal bondgenootschap ontstaat dat ook Pyongyang omvat.
De economische dimensie is even transformatief. De Straat van Hormuz is een toneel geworden voor het uitdagen van de dollarhegemonie, waarbij discussies over de 'petro-yuan' en door goud gedekte alternatieven voor SWIFT aan kracht winnen.
«De traditionele bedrijfsmodellen van het Westen staan voor een existentiële crisis nu de Euraziatische integratie versnelt.»
Netwerktopologie: van hiërarchie naar een gedistribueerd systeem

Om te begrijpen waarom dit nieuwe kader wint, moeten we kijken door de lens van de systeemarchitectuur. Het Westen en het Oosten hebben fundamenteel verschillende netwerken gebouwd. En in de strijd tussen deze twee architecturen, wint het systeem dat het meest veerkrachtig is.
In de netwerktechniek bestaan er grofweg twee manieren om een systeem te ontwerpen: het 'hub-and-spoke' model (een ster-netwerk) en het 'mesh' model (een vermaasd netwerk). Het Amerikaanse imperium is ontworpen als een klassiek hub-and-spoke netwerk. Washington is de centrale hub; de NAVO, de G7, het IMF en de Wereldbank zijn de spokes die naar de periferie – Europa, Azië, Latijns-Amerika – lopen. Dit systeem is uiterst efficiënt in tijden van vrede en Amerikaanse dominantie. Alle commando's, alle kapitalen en alle technologie stromen door het centrum. Maar het heeft één fatale, structurele zwakte: de 'single point of failure', het enkelvoudige faalpunt. Als de hub corrupt raakt, onvoorspelbaar wordt, of zijn eigen bondgenoten begint te chanteren, heeft het hele netwerk geen overlevingsmechanisme. Er is geen alternatieve route.
De BRICS-alliantie en de multipolaire wereldorde zijn ontworpen als een gedistribueerd mesh-netwerk. Er is geen centrale hub. Peking dicteert niet aan New Delhi; Moskou dicteert niet aan Brasilia; Teheran dicteert niet aan Johannesburg. Het is een peer-to-peer architectuur, gebaseerd op transactie, wederzijds respect en, cruciaal, non interferentie in elkaars interne aangelegenheden.
Het Westen noemt dit gebrek aan een centrale ideologische leiding vaak 'chaos' of 'autoritaire willekeur'. Maar voor een ingenieur is dit de ultieme vorm van systeembrede redundantie. Als één verbinding in een mesh-netwerk wegvalt – bijvoorbeeld door westerse sancties of een regionaal conflict – route het systeem de handel, de energie en de diplomatie eenvoudigweg via een andere node. Het systeem kan niet worden onthoofd, omdat het geen hoofd heeft.
De fysieke laag wint van de financiële fictie
Waarom is dit gedistribueerde netwerk zo succesvol geworden in het afgelopen decennium? Het antwoord ligt in de fundamentele lagen van de wereldeconomie. In de informatica spreken we over de 'fysieke laag' – de kabels, de servers, de energiecentrales – en de 'applicatielaag' – de software, de financiële derivaten, de virtuele diensten.
Het Westen heeft zich de afgelopen veertig jaar bijna uitsluitend gefocused op de applicatielaag. Het controleert de financiële knooppunten: SWIFT, de dollar, de verzekeringen van de Londense City. Maar het heeft de fysieke laag – de productie van staal, de winning van zeldzame aardmetalen, de raffinage van olie, de verbouw van graan, de assemblage van microchips – overgelaten aan de RIC-landen en het mondiale Zuiden.
De BRICS-landen – zeker na de uitbreiding met landen als Iran, de VAE en Egypte – controleren nu de overgrote meerderheid van de fysieke grondstoffen en de industriële capaciteit van de planeet. Ze produceren wat de wereld nodig heeft om te overleven en te bouwen. Het Westen produceert slechts de financiële claims op die fysieke realiteit.

Wanneer een systeemcrisis optreedt – zoals de pandemie, de oorlog in Oekraïne, of de energiecrisis – blijkt de applicatielaag nutteloos. Je kunt geen hoogoven stoken met Treasury-bonds. Je kunt geen leger bevoorraden met SWIFT-berichten. Je kunt je bevolking niet voeden met derivaten. De Primakov-driehoek en de bredere BRICS-alliantie winnen de geopolitieke strijd omdat ze de eigenaars zijn van de fysieke laag van de wereld. Ze hebben de materiële soevereiniteit die het Westen heeft weggegeven.
Het ontwapenen van het financiële systeem: risicobeheer in een multipolaire wereld
De katalysator die de Primakov-driehoek deed versnellen van een losse alliantie naar een harde, structurele realiteit, was de westerse beslissing om het financiële systeem in te zetten als wapen.
Toen het Westen in 2022 besloot om 300 miljard dollar aan Russische centralebankreserves te bevriezen en Russische banken uit SWIFT te zetten, dacht men een dodelijke klap uit te delen. In werkelijkheid activeerde men een wereldwijd risicobeheer-protocol. Elke soevereine natie op aarde – van Saoedi-Arabië tot Brazilië, van India tot Zuid-Afrika – zag op dat moment in dat hun reserves in dollars en euro's geen eigendom meer waren, maar een voorwaardelijke lening die het Westen op elk moment kon intrekken als men niet gehoorzaamde.
In de techniek noemen we dit het isoleren van een gecompromitteerde component. Als een leverancier bewijst dat hij zijn product als wapen kan inzetten, is de enige rationele keuze van een ingenieur om een redundante, onafhankelijke supply chain op te zetten.
Dit is de exacte, nuchtere reden achter de de-dollarisatie. Het is geen ideologische kruistocht tegen de Amerikaanse dollar; het is puur, pragmatisch risicobeheer. De BRICS-landen bouwen aan alternatieve betaalsystemen zoals het Chinese CIPS, ze handelen in lokale valuta's – yuan, roepies, roebels – en ze slaan hun goud op in eigen kluizen in plaats van in Londen of New York. Ze ontmantelen het enkelvoudige faalpunt van het westerse financiële imperium. Ze maken zichzelf immuun voor chantage.
Wederzijds respect versus morele dwang
Wat de multipolaire architectuur uiteindelijk zo aantrekkelijk maakt voor het mondiale Zuiden, is de afwezigheid van morele dwang. Het westerse imperium eist conformiteit. Het eist dat andere landen hun politieke systemen, hun sociale normen en hun buitenlandse beleid aanpassen aan de westerse liberale orthodoxie. Wie dat niet doet, wordt uitgesloten, gesanctioneerd of omvergeworpen.
De Primakov-driehoek en de BRICS vragen niets van dit alles. Ze hanteren het Westfaalse principe van soevereiniteit in zijn puurste vorm: wat jij binnen je eigen grenzen doet, is jouw zaak. Wij handelen met jou op basis van wederzijds economisch en strategisch voordeel.
Voor landen die eeuwenlang zijn gekoloniseerd, gemanipuleerd en de les is gelezen door westerse diplomaten, is dit een bevrijding. Het is een architectuur die ruimte laat voor de civiele diepte van deze oude beschavingen. China kan China zijn. Iran kan Iran zijn. India kan India zijn. Ze hoeven zich niet te verontschuldigen voor hun geschiedenis of hun cultuur om toegang te krijgen tot het mondiale netwerk.
De geopolitieke aardbeving
Op macroniveau – het niveau van staten, continenten en mondiale supply chains – is de strijd beslist. De unipolaire wereld is voorbij. De multipolaire architectuur staat, en hij is robuuster, veerkrachtiger en meer in balans met de materiële realiteit dan het westerse alternatief.
De opkomst van de Rusland–Iran–China-driehoek is meer dan een eenvoudige herconfiguratie van allianties. Het signaleert een fundamentele verschuiving in het internationale systeem – een verschuiving die Primakov zelf nauwelijks had kunnen voorzien toen hij zijn strategische visie in de jaren negentig voorstelde. Voor de Verenigde Staten en hun bondgenoten zijn de gevolgen diepgaand. De driehoek creëert een samenhangend tegenwicht over het Euraziatische continent, van de Stille Oceaan tot de Perzische Golf. Het daagt de Amerikaanse maritieme suprematie in cruciale waterwegen uit, ondermijnt de effectiviteit van Westerse sancties en versnelt de overgang naar een werkelijk multipolaire wereldorde.
Toch blijven er uitdagingen. De driehoek is geen formeel militair bondgenootschap. De drie machten behouden verschillende nationale belangen, en hun samenwerking blijft pragmatisch in plaats van ideologisch. Niettemin is de richting onmiskenbaar. Wat begon als een visionair blauwdruk in de nasleep van de ineenstorting van de Sovjet-Unie, is geëvolueerd, aangepast en heeft nieuw leven gevonden in een drastisch veranderd geopolitiek landschap.
Getuige van geschiedenis
De nieuwe RIC is hier. De wereld zal nooit meer dezelfde zijn.
En op 79-jarige leeftijd ben ik getuige van geschiedenis. Primakovs doctrine, in de jaren negentig door sommigen afgedaan als nostalgische supermachtfantasie, is opmerkelijk profetisch gebleken. De multipolaire wereld die hij voor ogen had, krijgt vorm voor onze ogen – niet precies zoals hij zich die voorstelde, maar onmiskenbaar in de geest die hij voorstond.
Maar hier stuiten we op een cruciale paradox. Terwijl staten in het mondiale Zuiden erin slagen om zich te bevrijden van de westerse financiële en geopolitieke inperking, bevindt de individuele burger – zowel in het Westen als in de rest van de wereld – zich nog steeds in een staat van diepe digitale onderwerping. De staten bouwen aan soevereine, open netwerken, maar de individuen leven nog steeds in de gesloten, propriëtaire ecosystemen van Silicon Valley. We besturen onze multipolaire bedrijven met Amerikaanse software. We bediscussiëren de ondergang van het Amerikaanse imperium op door Meta gecontroleerde platforms. We vertrouwen onze meest intieme gedachten toe aan gesloten AI-modellen die fungeren als zwarte dozen.
Ware soevereiniteit stopt niet aan de grens van de natiestaat. Een wereld die op macroniveau multipolair en eerlijk is, maar op microniveau digitaal gekoloniseerd, is een onvoltooide constructie. De bevrijding van de fysieke en financiële wereld moet worden gevolgd door de bevrijding van de digitale wereld. Dat is de volgende strijd – en zij begint bij elk van ons.