De Waan van de Westerse Dominantie: Slaapwandelen naar de Afgrond

Door Frank Dumon
De 21e eeuw onthult steeds ongenadiger een waarheid die in de westerse hoofdsteden nog steeds krampachtig wordt ontkend: de periode van westerse wereldheerschappij is niet slechts aan het tanen, zij is definitief voorbij. Wat wij momenteel getuigen, is geen tijdelijke opschudding of een 'uitdaging' voor de internationale orde, maar een historische herverdeling van gewicht. Aziatische en andere niet-westerse beschavingen 'rijzen' niet plotseling; zij keren slechts terug naar hun natuurlijke, historische gewicht in de wereldorde. Het gevaar schuilt niet in deze terugkeer, maar in de weigering van het Westen om deze realiteit onder ogen te zien.
Door de bril van twee scherpe waarnemers – de voormalige Singaporese diplomaat en voorzitter van de VN-Veiligheidsraad Kishore Mahbubani, en de geopolitiek analist Andrei Martyanov – wordt het beeld van een Westen dat slaapwandelt naar zijn eigen ondergang pijnlijk duidelijk. Het is een Westen dat verblind is door eigen narcisme, dat zijn eigen geschiedenis vervalst, dat oorlog voert als primaire buitenlandse politiek, en dat wordt geleid door een politieke elite die, in de woorden van Martyanov, "laf is, onwetend over de realiteit van georganiseerd geweld, en die zich zal verschuilen in "gated community's" terwijl de samenleving rondom hen instort." Dit artikel ontleedt de wanhopige leugens waarop de huidige westerse hegemonie drijft, en schetst de onontkoombare realiteit van een multipolaire wereld.
De Arrogantie van het 'Einde der Geschiedenis'
Om de huidige westerse desoriëntatie te begrijpen, moeten we terugkeren naar het psychologische kantelpunt: het einde van de Koude Oorlog rond 1990. Het Westen vierde de ineenstorting van de Sovjet-Unie als een ultieme overwinning, behaald zonder een schot te lossen. In die euforie ontstond de intellectuele hybris die samengevat werd in Francis Fukuyama's notie van het 'Einde der Geschiedenis'. De veronderstelling was dat de westerse liberale democratie het eindstation van de menselijke politieke evolutie was. De strijd was gestreden. Het Westen had 'het' gemaakt.
Deze arrogantie ging gepaard met een verbijsterend demografisch analfabetisme. Het Westen maakt slechts 12% van de wereldbevolking uit. De overige 88% leeft buiten het Westen. Toch nam het Westen in de jaren negentig moeiteloos aan dat de rest van de wereld gedoemd was – of blij zou moeten zijn – om replica's van het Westen te worden. Het was een wereldbeeld dat dicteerde: "Wij hebben de top bereikt, wij hoeven niet meer te worstelen. De rest van jullie moet zich maar aanpassen."
Kishore Mahbubani, die deze sfeer van zelfvoldaanheid in 1991-1992 aan Harvard van dichtbij meemaakte, noemt dit een strategische fout van epische proporties. Terwijl het Westen in een zelfgekozen coma van superioriteit sliep, werd de rest van de wereld wakker. China, dat in 1979 begon met zijn moderniseringsprogramma, en India, dat begin jaren negentig na een ernstige economische crisis haar koers wijzigde, begonnen aan de meest indrukwekkende economische transformaties in de menselijke geschiedenis.
Het is cruciaal om de formulering van Mahbubani te herhalen: de Chinese beschaving bestaat al 4.000 jaar. De afgelopen 40 jaar van economische en sociale ontwikkeling in China zijn de beste 40 jaar in 4.000 jaar Chinese geschiedenis. Het Westen, verblind door zijn eigen ideologische dogma's, kon dit niet bevatten. De westerse aanname was dat succes onmogelijk was zonder westerse democratische structuren. Deze cognitieve dissonantie verhindert het Westen nog steeds om China en het globale Zuiden als gelijke partners te behandelen, in plaats van als onderdanen die de verkeerde keuzes maken.
De 'Trigger-Happy' Hegemoon: Bombarderen als Buitenlands Beleid
Naast intellectuele arrogantie, pleegde het Westen een tweede, nog bloediger strategische fout: de normalisatie van militair geweld als instrument om 'waarden' op te leggen. Er heerst in het Westen een hardnekkige mythe dat de westerse beschaving de meest vredelievende en rechtschapen is. De data vertellen echter een gruwelijk ander verhaal. Na de Koude Oorlog werd het Westen 'trigger-happy'.
De illusie dat democratie en liberalisme het beste met bommen verspreid kunnen worden, heeft miljoenen levens verwoest. Dit patroon begon eind jaren negentig. De NAVO-bombardementen op Belgrado in 1999, onder het mom van het beschermen van de bevolking van het voormalige Joegoslavië, waren een flagrante schending van het internationaal recht. Het Handvest van de Verenigde Naties – de hoeksteen van de door het Westen zelf opgeleide 'rules-based order' – staat het gebruik van geweld slechts toe in twee gevallen: zelfverdediging of met mandatering van de VN-Veiligheidsraad. De bombardementen op Joegoslavië voldeden aan geen van beide.
Wanneer een openbare aanklager van het Internationaal Strafhof voor Joegoslavië destijds de wettelijkheid van deze actie ter discussie durfde te stellen, werd de druk op deze persoon enorm. Het Westen eiste conformiteit, geen juridische integriteit. De rest van de wereld keek toe en leerde: het internationaal recht geldt alleen voor de zwakken, niet voor de hegemoon.
Deze neiging tot militair avonturisme culmineerde in de invasie van Irak in 2003. Deze oorlog was eveneens illegaal, niet gemandateerd door de VN-Veiligheidsraad, en gebaseerd op aantoonbare leugens over massavernietigingswapens. Mahbubani deelt een onthullende anekdote uit die tijd: tijdens een lunch in een exclusieve club in New York in 2002 weigerde een succesvolle Amerikaanse zakenman Franse wijn omdat Frankrijk zich verzette tegen de oorlog in Irak. Dit onthulde een diep, verontrustend verlangen naar oorlog dat diep geworteld zat in de westerse psyche, ver voorbij de neoconservatieve kringen.
De lessen van Irak werden niet geleerd. De interventie in Libië in 2011 onder leiding van Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk was een volgende misdaad. Muammar Kaddafi was ongetwijfeld een dictator, maar onder zijn bewind genoot Libië de hoogste levensstandaard van Afrika: gegarandeerd inkomen, gezondheidszorg, onderwijs en vrede. Het Westen bombardeerde het land, creëerde een falende staat, liet een machtsvacuüm achter dat gevuld werd met terroristische netwerken, en waste vervolgens zijn handen in onschuld. Er is in het Westen nauwelijks reflectie over de vraag: "Hoeveel mensen hebben jullie gedood? Hoeveel levens hebben jullie vernietigd door zo schietgraag te worden?" Deze morele blindheid is de directe oorzaak van het vertrouwensverlies van het globale Zuiden in het Westen.
Demografische Zelfmoord en het Lafhartige Elitisme
Terwijl het Westen buiten zijn grenzen chaos zaait, brokkelt de interne structuur van de Europese beschaving af. Andrei Martyanov wijst op een realiteit die door westerse mainstream media consequent wordt weggedrukt of afgedaan als 'extremistisch': de demografische transformatie van Europa. Het is geen kwestie van 'racisme' om deze feiten onder ogen te zien; het is een kwestie van sociologische en historische realiteitszin.
Data, onder meer geanalyseerd door instituten zoals het door Christopher Caldwell aangehaalde Zweedse immigratie-onderzoek, wijzen op een onomkeerbaar trend: in diverse Europese landen zullen de autochtone bevolkingsgroepen tegen het midden van deze eeuw in de minderheid zijn in hun eigen historische thuislanden. Landen als Frankrijk en Zweden ondergaan een transformatie waarbij de oorspronkelijke bevolking de 'gasten' in eigen huis dreigen te worden.

Klik op de map voor meer details
Martyanov stelt de vraag scherp: hoe zou de autochtone bevolking in een land in Afrika, India of Bangladesh reageren als een massa Europese immigranten daarheen zou trekken, de demografische meerderheid zou vormen, en de lokale cultuur en religie zou marginaliseren? Er zou terecht verzet zijn. Mensen zijn, in de kern, tribale wezens die gehecht zijn aan hun land, hun geschiedenis en hun cultuur. De bewering dat deze demografische verschuivingen 'verrijkend' zijn, is een utopische leugen die door politieke elites wordt verkondigd, terwijl zij zelf de consequenties niet zullen dragen.
De Europese politieke leiders zijn, in Martyanov's directe bewoordingen, "politieke operatieven" die slechts één doel hebben: aan de macht blijven. Of het nu gaat om het centrum of de zogenaamde 'populistische' oppositie, de verschillen zijn cosmetisch. Zij weten dat hun beleid van onbeperkte migratie en culturele zelfopoffering onhoudbaar is, maar zij gaan ervan uit dat zij persoonlijk veilig zijn. Zij zullen zich terugtrekken in hun afgeschermde gated community's, beschermd door privébeveiliging, terwijl de stedelijke centra van Europa de last dragen van sociale onrust, parallelle samenlevingen en het verlies van cohesie.
Frankrijk is hiervan een schoolvoorbeeld. Met schattingen die wijzen op een aanzienlijk percentage van de bevolking dat niet van plan is te assimileren, maar juist de Franse republikeinse waarden verwerpt ten gunste van eigen culturele en religieuze identiteiten, is de sociale vrede een tikkende tijdbom. De politieke klasse reageert hierop niet met visie, maar met repressie (zoals de inzet van 'speciale eenheden' tegen eigen burgers) of met nog meer demagogie. Zij zijn onwetend over de aard van georganiseerd geweld en sociale ineenstorting, en denken dat hun retoriek de fysieke realiteit kan tegenhouden. Dat is een fatale misrekening.
Historisch Geheugenverlies en de Vervalsing van het Oostfront
Deze westerse neiging om de realiteit te buigen naar de eigen behoeften, strekt zich ook uit tot de geschiedschrijving. De narcistische aard van het Westen vereist dat het altijd de held is, of op zijn minst de ultieme scheidsrechter van goed en kwaad. Dit leidt tot een systematische vervalsing van de Tweede Wereldoorlog.
Een hardnekkig en gevaarlijk narratief dat tegenwoordig in westerse media en politieke kringen wordt gepromoot, is de Poging om de rol van de Sovjet-Unie in de nederlaag van nazi-Duitsland te marginaliseren, ten gunste van een Pools- of Oekraïens centrisch verhaal. De feiten zijn echter onweerlegbaar en worden door serieuze militaire historici wereldwijd erkend: ongeveer 80% van de Duitse militaire verliezen tijdens de Tweede Wereldoorlog werden geleden aan het Oostfront.
Het was het Rode Leger dat de Wehrmacht de ruggengraat brak. Het was de Sovjet bevolking die 27 miljoen doden te betreuren had, een offer dat onvoorstelbaar is in de westerse verbeelding. Toch wordt deze historische realiteit in het huidige geopolitieke klimaat actief onderdrukt of herschreven. Waarom? Omdat het erkennen van de centrale rol van Rusland (als de kern van de voormalige Sovjet-Unie) in het verslaan van het fascisme, niet past in het huidige narratief dat Rusland neerzet als een existentiële, ongeremde bedreiging die geïsoleerd moet worden.
Wanneer deze historische feiten op platforms zoals YouTube of in alternatieve media naar boven komen, is de reactie van het westerse establishment voorspelbaar: onmiddellijke censuur, of het aanwakkeren van commentaren die de Sovjet bijdrage bagatelliseren en de focus verleggen naar westerse bevrijding of Oost-Europese slachtoffers. Dit is niet alleen een belediging voor de miljoenen doden aan het Oostfront; het is een symptoom van een beschaving die haar eigen morele autoriteit heeft verloren en daarom de geschiedenis moet manipuleren om haar huidige beleid te rechtvaardigen. Zoals Martyanov stelt: "Ze liegen al zo lang tegen zichzelf en de wereld, dat ze niet meer weten wat waarheid is."
De Institutionele Wurging: IMF, Wereldbank en de Illusie van Controle
Terugkerend naar de analyse van Mahbubani, zien we dat de westerse dominantie niet alleen militair en demografisch wordt verdedigd, maar ook institutioneel. Het Westen claimt te geloven in meritocratie: de beste persoon voor de job, ongeacht ras, etniciteit of afkomst. Dit is een nobel principe, maar in de praktijk van de mondiale governance is het een schijnvertoning.
Neem de twee belangrijkste internationale economische instellingen: het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank. In theorie dienen deze organisaties de gehele wereld. In de praktijk is er een ongeschreven, maar ijzeren regel: de directeur van het IMF moet altijd een Europeaan zijn, en de president van de Wereldbank moet altijd een Amerikaan zijn.
Dit is niet slechts een traditie; het is een structurele uitsluiting. Tijdens de piek van de financiële crisis van 2008, toen de westerse economieën op de rand van de afgrond stonden en wanhopig de steun van de opkomende economieën nodig hadden, werd op de G20-top in Londen onder leiding van Gordon Brown plechtig beloofd dat de leiders van deze instellingen voortaan op basis van verdienste (meritocratie) zouden worden gekozen. Dat was in 2008. Nu, in 2026, zijn we 18 jaar verder. En nog steeds is 88% van de wereldbevolking niet gekwalificeerd om de leiding te nemen over 'wereldwijde' instellingen, puur en alleen vanwege hun geboortegrond.
Deze weigering om macht te delen, is kortzichtig en onverstandig. Het is een wanhopige poging om de controle te behouden over een wereld die allang veranderd is. Deze beslissingen, genomen door een handvol westerse diplomaten achter gesloten deuren, zullen het Westen uiteindelijk achtervolgen. Hoe kan het Westen van het globale Zuiden verwachten dat zij de 'rules-based order' respecteren, wanneer de regels van die orde expliciet zijn ontworpen om westerse privileges te bestendigen? De geloofwaardigheid van deze instellingen is uitgehold, wat direct heeft bijgedragen aan de creatie van alternatieven zoals de Nieuwe Ontwikkelingsbank (NDB) van de BRICS-landen en de uitbreiding van de BRICS-alliantie zelf.
De Onontkoombare Multipolaire Realiteit
De combinatie van deze factoren – demografische erosie, militair overreach, historisch revisionisme en institutionele starheid – creëert een perfect storm voor het Westen. De wereld is niet meer unipolair, en zij zal ook niet bipolair zijn. Zij is multipolair, en deze realiteit wordt aangedreven door wiskunde, demografie en economische wetmatigheden, niet door westerse goedkeuring.
De terugkeer van Azië, met China en India als zwaartepunten, maar ook met de dynamische opkomst van Zuidoost-Azië, is een correctie van de historische anomalie van de afgelopen twee eeuwen. Gedurende de 'eeuw van vernedering' en de daaropvolgende koloniale periode, werd de wereldwijde rijkdom en macht geconcentreerd in een klein hoekje van de wereld. Die concentratie was een uitzondering, geen regel. De huidige herverdeling is een terugkeer naar de historische norm.
Voor het Westen zijn er twee paden. Het eerste pad is dat van pijnlijke aanpassing. Dit vereist dat het Westen zijn narcisme opgeeft, zijn militaire interventies staakt, zijn geschiedenis eerlijk onder ogen ziet, en leert om aan een onderhandelings tafel te zitten als een gelijke onder de gelijken, niet als een leraar die de les leest aan minderbedeelde leerlingen. Het vereist een erkenning dat veiligheid in de 21e eeuw niet kan worden bereikt door de veiligheid van anderen (zoals Rusland of China) te ondermijnen.
Het tweede pad is dat van de catastrofale ineenstorting. Als het Westen blijft vasthouden aan de waanidee dat het de wereld kan blijven domineren door middel van sancties, proxy-oorlogen en demagogie, zal het de kloof met de rest van de wereld alleen maar vergroten. De 'desperate lies' (wanhopige leugens) zullen uiteindelijk niet meer geloofd worden, zelfs niet door de eigen bevolking. De politieke elite die zich verschuilt achter haar muren, zal uiteindelijk merken dat die muren niet bestand zijn tegen de historische krachten die zij hebben genegeerd.
Conclusie: Het Einde van de Comfortzone
Kishore Mahbubani begon zijn betoog met een oprechte verontschuldiging: als zijn woorden ongemakkelijk voelen, is dat noodzakelijk. Want als we niet uit onze comfortzone worden gehaald, zullen we de wereld die komt niet begrijpen. Andrei Martyanov voegt daaraan toe dat dit ongemak niet slechts intellectueel is, maar existentieel. De leugens zijn zo diep verweven in de structuur van de westerse samenleving dat het ontrafelen ervan pijnlijk zal zijn.
Voor waarnemers, schrijvers en burgers die de realiteit onder ogen willen zien, is de taak helder: wij moeten stoppen met het herkauwen van de westerse propaganda. Wij moeten de historische waarheden benoemen, van de slachtoffers van het Oostfront tot de verwoeste steden van het Midden-Oosten. Wij moeten erkennen dat de wereld niet op ons wacht om haar te redden, maar dat zij zichzelf aan het reorganiseren is, met of zonder westerse deelname.
Jaren van westerse hypocrisie en geweld hebben geleid tot de ondergang van het Westen die hun politieke dominantie voorgoed kwijt zijn. Misschien kunnen ze de wijsheid opbrengen om een waardige plaats te vinden in een wereld die het niet langer bezit, maar waarin het wel moet leren te leven.