Door Frank , 23 mei 2026

Europa in verval: Hoe afhankelijkheid, de-industrialisatie en multipolaire herschikking de naoorlogse orde ontrafelen
 

Europa in verval

Door Frank Dumon en opgedragen aan Audrey & Kurt Johnson van Fort Lauderdale Florida.

Europa maakt de meest ingrijpende ontmanteling van zijn politieke economie sinds 1945 door. Wat decennialang gold als voorzichtig beleid—veiligheid uitbesteden aan de Verenigde Staten, industrie verankeren in goedkope Russische energie, financiën inbedden in het dollarsysteem en het buitenlands beleid afstemmen rond een Atlantische wereldvisie—blijkt nu een keten van afhankelijkheden te zijn die het continent op alle fronten bedreigt. Door de oorlog in Oekraïne, de opkomende BRICS configuratie en verschuivende Amerikaanse prioriteiten, wordt het Europese project geconfronteerd met de perfecte storm: de-industrialisatie, politieke fragmentatie van binnenuit en strategische irrelevantie naar buiten toe. 

De nachtmerrie is zichtbaar op fabrieksvloeren die stilliggen door hoge energieprijzen, in begrotingen die kreunen onder defensieverplichtingen, sociale programma’s die gekannibaliseerd worden, en in leidinggevende kringen die gevangen zitten in verhalen die zij niet langer kunnen waarmaken.

Drie generaties lang was de trans-Atlantische ruil eenvoudig. Europa accepteerde een juniorrol in ruil voor seniorvoordelen van Amerikaanse bescherming, toegang en prestige. Dat werkte zolang de Amerikaanse hegemonie onbetwist bleef en de Sovjet dreiging het NAVO bondgenootschap samen hield. Die funderingen zijn nu ingestort. De boodschap uit de Amerikaanse politiek is ondubbelzinnig: bondgenoten zijn cliënten die de kosten moeten dragen; veiligheidsparaplu’s komen met facturen; en sympathie voor Europese dilemma’s verwatert.

Europese leiders, die autonome defensie hebben uitbesteed, staan nu tegenover een rekening die zij niet kunnen betalen zonder iets vitaals in Europa te breken. De meest explosieve post is de drang naar aanhoudende militaire uitgaven op niveaus die een structurele recessie benaderen. Defensie op 3–5% van het bnp in welvaartstaten is niet haalbaar; het ondermijnt de pensioenen, de gezondheidszorg, het onderwijs en de publieke investeringen. Daar draai je niet omheen—politiek noch budgettair—zonder drastische gevolgen voor de samenleving.


Oekraïne als spiegel: een oorlog die Europa bezit maar niet kan sturen

Europa in Verval


De oorlog in Oekraïne kristalliseert de positie van het overmoedige continent. Europese regeringen kaderden het conflict als een beschavingsstrijd die zou eindigen met de strategische nederlaag van Rusland. Beleidskeuzes volgden het narratief: 20 rondes van oplopende sancties, energie schaarste, munitie tekorten en een instortende geloofwaardigheid. Maar de Russische oorlogseconomie paste zich aan; handel werd omgeleid via Azië en het mondiale Zuiden; defensieproductie versnelde; en de fiscale capaciteit bleek elastischer dan verwacht. Rusland incasseert nu ongeveer één miljard dollar per dag.

Europa heeft maar een beperkte invloed op de strategische richting die Amerika zal kiezen. Als Washington richting een overeenkomst beweegt die de feiten op de grond consolideert, blijven Europese leiders met lege handen achter: zij hebben hun bruggen naar Moskou verbrand, hun legitimiteit aan Kiev’s totale overwinning verbonden en hun bevolkingen gevraagd ontberingen te dragen voor een overwinning die er niet komt. Als Washington aandringt dat dit “Europa’s oorlog” is, migreren de kosten vrijwel van de ene op de andere dag van lasten delen naar lasten dragen.

De uitbreiding van BRICS en aanverwante clusters zoals de Shanghai Cooperation Organisation (SCO) signaleert een wereld die minder bereid is de dollarorde als vanzelfsprekend te nemen en eerder geneigd is partners te kiezen die hen niet constant de les lezen en met het moraliserende vingertje zwaaien. Die verschuiving schaft westerse financiën en markten niet af maar ze verdunnen hun monopolie en geven anderen opties die er de voorbije vijf eeuwen niet waren. Europa, vergrendeld in sanctieketens en waarden-gedreven diplomatie, ziet de deuren in grote delen van Afrika, Latijns-Amerika, het Midden-Oosten en Zuidoost-Azië dichtslaan.

De koelheid tegenover Europese toenadering om toe te treden of te observeren in BRICS zegt veel.  Europa komt over als een aanhangsel van Washington, niet als een autonome speler. Praktisch betekent dat minder vertegenwoordiging, minder invloed op grondstoffenstromen en een afkalvende rol voor de volgende industriële golf die op ons afkomt: De AI revolutie, groene door AI gestuurde fabrieken, herscholing van grote delen van de bevolking, verwerking van kritieke mineralen, de omschakeling van fossiel naar alternatieven. Europa’s positie glijdt weg. Haar technologische afhankelijkheid vergroot.

Leiderschap telt in crisissen, maar leiderschap draait geen elementaire rekenkunde terug. Europese elites kreunen onder verhalen die te goeder trouw zijn verkocht, zoals het morele gelijk in Oekraïne, strategische zekerheid onder de Amerikaanse paraplu, vertrouwen in groene re-industrialisatie, en die verhalen botsen nu met de realiteit: een lange oorlog met een hoogst onzekere uitkomst, een Amerikaans volk wat niet langer de beschermer van Europa wil zijn, en een groene transitie die stokt op vergunningen, falende energienetten, mineralen, kostencurven en 27 lidstaten met niet altijd gelijklopende behoeften en mogelijkheden. Finland is Portugal niet.

Het sociale contract onder spanning: pensioenen versus projectielen

Wanneer regeringen hinten op het afromen van indexeringen van pensioenen, latere pensionering, het trimmen van zorguitgaven of het verder verhogen van consumptiebelastingen om defensie en snel oplopende rentes te financieren, is de volkswoede niet veraf. Europeanen verdroegen bezuinigingen na de eurocrisis met de belofte van stabiliteit; zij dragen een groene transitie met de belofte van een betere en meer leefbare toekomst; zij accepteerden oorlogstijden met de belofte van verdedigde waarden en een behaalde overwinning. Als die beloften uitblijven komt de rekening als woede terug via stakingen, protesten, electorale opstanden en, hardnekkiger, uitholling van het burgerlijk vertrouwen.

Is er een uitweg uit de impasse? Niet pijnloos, maar er is een strategie die trots inruilt voor pragmatisme. 

Maar dat vraagt democratische eerlijkheid. Wees helder naar de burgers toe: sommige diensten worden getrimd, sommige belastingen verhoogd, sommige transities vertraagd; hier is de tijdstabel, hier zijn de beschermingen voor de meest kwetsbaren, hier is hoe succes er over vijf tot tien jaar eruit kan zien. Kiezers straffen sprookjes harder af dan harde waarheden. De prijs van stilstand is hoger dan de prijs van nederigheid. Nu stapelt elk kwartaal kapitaalvlucht, vaardigheidserosie en reputatieverlies op. Internationale markten vergeven, anders dan electoraten, geen dubbelzinnigheid.

Europa’s tragedie is klassiek: een trotse beschaving die te traag reageert op een onvermijdelijke machtsverschuiving die ze zelf veroorzaakte. Zijn successen, vrede via recht, welvaart via integratie, waardigheid via sociale verzekering, waren reëel. Ze blijven het verdedigen waard. Maar verdediging vergt nu het loslaten van de fictie dat de gereedschapskist van gisteren de beperkingen van vandaag kan oplossen. De hachelijke staat van Europa is niet alleen een crisis; het is een oordeel over de zelfgenoegzaamheid van de EU met zijn onverkozen leiders. 

Het continent besteedde te veel en te lang uit aan Amerikaanse mariniers, aan Russische energie, aan Chinese markten, aan de zwaartekracht van de dollar, aan de groei van morgen. De rekening is ineens gekomen. Betalen vergt keuzes die gewoonten en lobby’s tegelijk voor het hoofd stoten. Een fermette taks zal niet voor de oplossing zorgen.

En zo komen we onvermijdelijk terug bij China. Er is een oud Chinees spreekwoord dat zegt dat de bekwame jager niet op het konijn jaagt, maar zich positioneert waar het konijn uiteindelijk heen zal rennen. En nu, in twee weken tijd, hebben zowel Vladimir Poetin als Donald Trump afzonderlijk een bezoek aan Peking gebracht. De konijnen renden precies waar Xi het verwachtte. Dit is geen toeval. Dit is planning. De gelijktijdige aantrekkingskracht die China uitoefent op Washington en Moskou – twee machten die in principe de tegenovergestelde uiteinden van de huidige wereldorde vertegenwoordigen – vertelt ons iets fundamenteels over waar het werkelijke geopolitieke gewicht nu ligt. Peking reageert niet langer op het internationale systeem. Het is het aan het hervormen.

Poetins bezoek aan China droeg de schijn van afhankelijkheid vermomd als partnerschap. Rusland arriveerde niet als een gelijke, maar als vragende partij. Het Kremlin heeft China veel meer nodig dan Peking Moskou en beide partijen begrijpen dit volkomen, ook al zeggen ze het niet hardop. Sinds het begin van de oorlog in Oekraïne heeft Rusland zijn hele economische structuur naar het oosten verplaatst, waarbij gas, olie en grondstoffen tegen gereduceerde tarieven naar de Chinese markt worden getransporteerd. Peking heeft deze tarieven met het zelfvertrouwen van een schuldeiser onderhandeld, wetende dat de lener nergens anders heen kan. De tweede Power of Siberië pijpleiding, waarvan de onderhandelingen al lange tijd lopen, weerspiegelt deze dynamiek: Rusland wil het graag hebben maar China heeft geen haast. Rusland behoudt zijn militaire prestige en nucleaire afschrikking, maar de ruimte voor onafhankelijke geopolitieke manoeuvres wordt steeds kleiner en wordt door Peking bepaald.

Als Poetins bezoek de structurele zwakte van Rusland aan het licht bracht, onthulde Trumps bezoek iets dat wellicht nog opvallender was: de diplomatieke desoriëntatie van Amerika. Trump arriveerde in Peking met de machtigste topmanagers van het land in zijn kielzog en keerde met lege handen terug. Het beeld was ongemakkelijk voor een land dat decennialang de wereld de les heeft gelezen over macht en invloed. De vraag is nu of Amerika de nieuwe wereldorde zal accepteren of zichzelf zal uitputten door ertegen te blijven strijden. In deze wereld is het huidige Europa irrelevant.

Geen enkele crisis, of het nu in het Midden-Oosten, in Oekraïne of in de Straat van Taiwan is, kan worden opgelost zonder de medewerking van Beijing. Het feit dat Amerika er niet in geslaagd is het Iraanse conflict definitief op te lossen, noch door militaire druk, noch door diplomatieke druk, werd in Beijing gezien als bewijs van een supermacht waarvan de daadwerkelijke macht tanende is.
Wat Peking in stilte en zonder veel ophef heeft opgebouwd gaat eigenlijk helemaal niet over Trump of Poetin, laat staan Europa. Het gaat over de geduldige, systematische opbouw van een positie die Peking onmisbaar maakt voor energiemarkten, wapenproducenten, toeleveringsketens, diplomatiek crisismanagement en de infrastructuur ambities van het mondiale Zuiden.

China is niet per toeval in deze centrale positie terechtgekomen. Het heeft die positie in de loop van decennia gecreëerd, via het Belt and Road initiatief, de dominantie op het gebied van zeldzame aardmetalen, de handelsstructuur en het soort strategisch denken op lange termijn dat democratieën, met hun verkiezingscycli, structureel niet kunnen evenaren.