Het Verlies van 'Thuis': Neoliberalisme, Fascisme en de Noodzaak van een Morele Revolutie in de 21e Eeuw

Door Frank Dumon
“Beste vreemdeling… Voel je je nog thuis? En zo ja, voor hoe lang nog?” Met deze indringende, bijna claustrofobische vraag opent de Turkse schrijver en journaliste Ece Temelkuran haar bekroonde werk Nation of Strangers: Rebuilding Home in the 21st Century. Een boek dat niet alleen de short list voor de Women’s Prize for Non-Fiction verdiende, maar dat ook fungeert als een existentiële waarschuwing voor een wereld die steeds verder afglijdt naar een toestand van collectieve ontheemding. In een diepgaand gesprek met de Amerikaanse journalist en auteur Chris Hedges, ontleedt Temelkuran de mechanismen die onze democratieën hebben uitgehold en schetst ze een somber, maar noodzakelijk kompas voor de toekomst.
Temelkuran is geen nieuwkomer in het voorspellen van politieke aardverschuivingen. Jarenlang fungeerde ze als een politieke Cassandra, die het Westen waarschuwde voor de opkomst van het fascisme, gebaseerd op haar eigen ervaringen in het Turkije van Recep Tayyip Erdoğan. Maar haar analyse reikt veel verder dan de grenzen van haar geboorteland. Ze identificeert wereldwijde patronen die zich herhalen van India tot de Verenigde Staten, en van Europa tot Rusland. De kern van haar betoog is ongemakkelijk maar onontkoombaar: wat we vandaag meemaken, is niet een tijdelijke aberratie of het resultaat van één enkele demagoog, maar het logische, fatale eindpunt van decennia van neoliberale kaalslag.
De Zeven Stappen van de Democratie naar het Fascisme
In haar eerdere werk, How to Lose a Country: The Seven Steps from Democracy to Fascism, legt Temelkuran een blauwdruk bloot die angstaanjagend herkenbaar is in meerdere hedendaagse regimes. Deze zeven stappen vormen geen toevallige samenloop van omstandigheden, maar een methodische ontmanteling van de rechtsstaat.
De eerste stap is de bewuste verdeling van de samenleving in twee vijandige kampen: de 'echte mensen' versus de 'corrupte elite'. Een leider positioneert zich daarbij als de enige ware belichaming van de wil van het volk. De tweede stap is de ontbinding van de waarheid, waarbij loyaliteit aan de leider systematisch hoger wordt gewaardeerd dan fatsoen of morele integriteit. In de derde fase wordt de schaamte als maatschappelijk correctiemiddel ontmanteld. De leider doorbreekt met ongeëvenaarde meedogenloosheid de gevestigde politieke en morele consensus. Hoe langer deze leider aan de macht blijft, hoe verder de grenzen van het acceptabele opschuiven. Wat gisteren nog als ondenkbaar of verachtelijk werd beschouwd, wordt vandaag genormaliseerd.
De vierde stap betreft de stille uitholling van de instituties die de democratie bijeenhouden. Rechtspraak, media, academische wereld en wetgevende organen worden leeggezogen of gevuld met loyale handlangers. In de vijfde stap wordt de definitie van democratie zelf herschreven: het wordt gereduceerd tot simpele meerderheidsregel, waarbij universele waarden, menselijke waardigheid en de rechtsstaat worden ingeruild voor een fel nationalisme, een trots slachtofferschap en een herschrijving van de geschiedenis. De zesde stap is de normalisatie van wreedheid en meedogenloosheid, niet alleen in de hoogste echelons van de politiek, maar ook als een gif dat neerdwarrelt in het dagelijks leven van alledag. Tot slot, in de zevende stap, krimpt de cirkel van wie als 'wij' wordt beschouwd, terwijl miljoenen medeburgers worden omgevormd tot permanente verdachten.
Temelkuran benadrukt dat het naïef is om te denken dat het probleem oplost zodra een specifieke leider verdwijnt. Of het nu gaat om Donald Trump, Recep Tayyip Erdoğan, Narendra Modi, Vladimir Poetin of Nigel Farage: de tientallen miljoenen mensen die door hun boodschap zijn opgehitst, zullen blijven bestaan. Zij zullen klaarstaan om te handelen op bevel van een vergelijkbare figuur. De leider is slechts het symptoom; de ziekte ligt dieper.
Neoliberalisme als de Ideologische Motor van de Afgrond
Om de wortels van dit verval te begrijpen, moet men volgens Temelkuran en Hedges kijken naar het neoliberalisme. Dit wordt door hen niet gezien als een neutrale economische theorie, maar als 'cutthroat capitalism' (meedogenloos kapitalisme), de ideologische motor die de democratische instituties heeft leeggehaald. Sinds de jaren tachtig, met de opkomst van Ronald Reagan en Margaret Thatcher en hun mantra dat "er geen alternatief is" (TINA), is de democratie uitgehold tot een schone schijn, een oppervlakkige theatrale vertoning.
Door extreme sociale onrechtvaardigheid en het gebrek aan gelijkheid, verloor de democratie haar betekenis voor de gewone burger. De belofte van verandering bleek telkens weer een illusie. Wanneer sterke leiders op het wereldtoneel verschenen, beloofden zij de mensen dat zij 'hun man' in de hoofdstad zouden zijn. Mensen wilden dit geloven, niet omdat zij inherent slecht zijn, maar uit pure wanhoop en wraakgevoelens tegen een systeem dat hen heeft bedrogen. Deze leiders, door Temelkuran "beangstigende clowns" genoemd, sturen een hondensignaal uit: zij erkennen dat de oude regels van fatsoen en sociale rechtvaardigheid een farce waren, en beloven te spelen volgens de nieuwe, harde regels ten gunste van hun achterban.
De aanhang van deze leiders is niet gemotiveerd door een verlangen naar een rechtvaardigere samenleving. Zij weten dat er winnaars en verliezers zullen zijn; zij willen simpelweg aan de winnende kant staan. In Turkije, en inmiddels ook in de Verenigde Staten, heeft dit geleid tot de creatie van een diep verankerd financieel netwerk dat doordringt tot in de haarvaten van de samenleving. Het levensonderhoud van de 'kleine man' in een afgelegen dorp is direct verbonden geworden met het politieke overleven van de leider. Zijn steun is geen ideologische keuze meer, maar een economische overlevingsstrategie. Dit maakt de aanhang zo fanatiek en weerbaar tegen elke vorm van kritiek.

De traditionele oppositie, zoals de Democratische Partij onder Bill Clinton of de Labour Party onder Tony Blair, draagt hier een zware historische verantwoordelijkheid. Door zelf het neoliberale beleid te omarmen – denk aan NAFTA, het intrekken van de Glass-Steagall-wetgeving, en de deregulering van de financiële sector – hebben zij elk geloofwaardig alternatief weggevaagd. Ze transformeerden zichzelf in een 'Republikeinse Partij light', waardoor de kiezer geen echte keuze meer had. Figuren die wél spreken over sociale ongelijkheid, zoals Ekrem İmamoğlu in Istanbul of bepaalde progressieve stemmen in de VS, wekken daarom zoveel enthousiasme: zij vullen een existentieel vacuüm dat decennia lang is genegeerd.
De Arrogantie van de Intellectuele Klasse en de Medeplichtigheid van de Media
Een van de scherpste observaties in het gesprek betreft de rol van de media en de intellectuele elite. Temelkuran wijst op een fundamenteel falen in de journalistiek: de verwarring tussen neutraliteit en objectiviteit. Onder invloed van de neoliberale propaganda is vergeten dat journalistiek in wezen de taak heeft om macht te bevragen en zich aan de kant van de zwakkeren te scharen. Ze herinnert zich hoe in haar beginjaren als journalist de 'arbeidsverslaggever' werd weggezet als een sympathisant van communisten, terwijl de 'zakelijke verslaggever' steeds meer aanzien verwierf. Deze verschuiving binnen de krantenredacties was een microkosmos van wat er in de bredere samenleving gebeurde: de belangen van het kapitaal werden de norm, en de stem van de arbeider werd gemarginaliseerd. Dit patroon herhaalde zich identiek in de Amerikaanse media, waar de business-sectie de dominantie overnam, met als dieptepunt het falen om de financiële crash van 2008 te zien aankomen omdat men te druk was met het interviewen van bankiers.
Naast medeplichtigheid is er sprake van een diepgewortelde arrogantie binnen de intellectuele en culturele klasse. Deze groep blijft geloven dat hun woorden, hun aanwezigheid en hun morele oordelen nog steeds gewicht in de schaal leggen. Temelkuran noemt dit een gevaarlijke zelfoverschatting. Ze deelt een anekdote over de lancering van haar boek in Frankrijk, waarbij een extreemrechtse zakenman een belangrijke uitgeverij opkocht, waarna alle schrijvers uit protest ontslag namen. Haar reactie was veelzeggend: "Waarom denken jullie dat jullie afwezigheid ertoe doet? Jullie aanwezigheid doet er al niet meer toe." De intellectuele klasse begrijpt de nieuwe realiteit niet: de spelregels zijn veranderd, en het vasthouden aan oude etiquette en formeel protest is nutteloos geworden.
Dit vereist een radicale nederigheid en de moed om de realiteit onder ogen te zien. We hebben geen luxe meer om ons te verschuilen in de illusie dat alles weer 'normaal' wordt zodra een bepaalde leider vertrekt. Dat is een troostgedachte die de diepte van de systemische crisis maskeert. De ware uitdaging is niet het verwijderen van een individu, maar het herbouwen van een fundament dat al lang is aangetast.
Verkiezingen als een Spel van Uithoudingsvermogen
Wanneer gesproken wordt over de aanpak van dit autoritaire verval, wijst Temelkuran op de valkuil van oppervlakkige verontwaardiging. Woede en emotionele reacties op de dagelijkse spectaculaire uitspraken van leiders als Trump zijn begrijpelijk, maar strategisch nutteloos. Het is een afleidingstactiek. Terwijl de publieke opinie verstrikt raakt in de 'realityshow'-aspecten van het leiderschap, worden achter gesloten deuren kritieke veranderingen doorgevoerd in de rechterlijke macht en andere instituties.
Het bestrijden van dit soort regimes is geen sprint, maar een 'endurance game' (een spel van uithoudingsvermogen). Een land moet georganiseerde, actieve aandacht mobiliseren. Temelkuran wijst erop dat de Verenigde Staten zich nog in een relatief bevoorrechte positie bevinden vergeleken met Turkije, omdat Trump nog niet de tijd heeft gehad om zijn regime volledig te institutionaliseren of een volledige generatie in zijn visie op te voeden. Dit maakt de huidige periode cruciaal; het is wellicht een van de laatste kansen om het lot van het land te keren.

De les uit Turkije is dat verkiezingen niet passief mogen worden ondergaan. Toen de hoop op een eerlijk electoraal proces vervaagde, transformeerde het stemmen in Turkije tot een daad van politieke militantie. Burgers organiseerden zich om stembureaus te bewaken, te fungeren als getuigen en verkiezingsfraude te voorkomen. Deze actieve betrokkenheid gaf de bevolking niet alleen controle terug, maar herinjecteerde ook energie in de partijpolitiek. Het dwong politici om hun valse beloftes te matigen. Temelkuran hoopt dat Amerikanen en Europeanen dit voorbeeld volgen: het beschermen van het democratische proces is minstens zo belangrijk als het uitbrengen van de stem zelf.
De Existentiële Ontheemding: Het Verlies van 'Thuis'
De titel van haar nieuwste boek, Nation of Strangers, verwijst naar een dieper, meer existentieel verlies dan alleen het politieke. Temelkuran maakt een onderscheid tussen vluchtelingen en ballingen, waarbij de laatste term vaak een gesanctioneerde, geromantiseerde klank heeft. Maar in de praktijk, aan de visumbalies en in de wachtrijen van bureaucratieën, wordt dit onderscheid irrelevant. Iedereen die gedwongen is zijn land te verlaten, deelt hetzelfde lot van ontheemding.
Maar het concept van 'ontheemd' zijn (in het Engels treffend omschreven met het 18e-eeuwse woord 'unhomed') treft tegenwoordig ook de burgers in hun eigen landen. Wanneer een overheid je als vijand begint te zien omdat je basiswaarden verdedigt – zoals recentelijk zichtbaar werd bij de protesten op Amerikaanse universiteiten – voel je je niet meer thuis in je eigen land. We verliezen ons thuis door oorlog, door fascisme, door de klimaatcrisis, en door het morele verval dat zichtbaar wordt wanneer leiders met psychopathische blindheid presentaties geven over het bouwen van luxe resorts op de puinhopen van een genocide, zoals in Gaza.
Temelkuran citeert een krachtige, poëtische definitie: "Thuis is niet wat jij herinnert, maar waar jij herinnerd wordt." Dit is een fundamentele verschuiving in perspectief. We denken vaak dat we naar een plaats verlangen, maar in werkelijkheid verlangen we naar een tijd en naar de mensen die ons kennen en erkennen. Wanneer je je land verlaat en terechtkomt in een omgeving waar niemand je kent, twijfel je aan je eigen bestaan. Het is een angstaanjagend schone lei. Daarom is de belofte van politici om een land "weer groots te maken" een absolute absurditeit. Je kunt een nostalgische fantasie niet herstellen, omdat thuis gaat over menselijke verbinding en wederzijdse erkenning, niet over een statisch verleden.
Ironisch genoeg zijn het juist de vluchtelingen en ballingen die de nodige wijsheid voor dit tijdperk bezitten. Zij hebben alles verloren en moesten hun thuis vanuit het niets herbouwen. Dit is precies wat de rest van de wereld binnenkort zal moeten doen, om welke reden dan ook. De vraag is of we in staat zijn om relaties en een nieuwe politiek te vormen vanuit dit gedeelde lot van ontheemding en kwetsbaarheid.
De Noodzaak van een Morele Revolutie
Geconfronteerd met deze duistere realiteit, betoogt Temelkuran dat een louter politieke revolutie onvoldoende is. Wat we nodig hebben, is een morele revolutie. In haar eerdere werk, Together: A Manifesto Against the Heartless World, stelde ze al dat we niet alleen de democratie zijn kwijtgeraakt, maar ook onze menselijke waardigheid. Dit is het centrale probleem van de politiek in deze eeuw.
Er is genoeg verontwaardiging, genoeg wreedheid, en er zijn zelfs genoeg intellectuele ideeën over hoe de dingen veranderd moeten worden. Wat ontbreekt, is het bindmiddel: de pathos, de taal. We hebben een nieuwe taal nodig, een taal van nederigheid, waarachtigheid en, durft zij te zeggen, menselijke liefde. Alle autoritaire systemen, van het neoliberalisme tot het fascisme, zijn geworteld in fundamentele angst. Leiders mobiliseren deze angst en fabriceren er vijandschap en haat uit. Het progressieve antwoord moet zijn om op dat morele en filosofische niveau 'menselijke liefde' te organiseren.
Dit klinkt misschien abstract, maar het is de enige basis voor wereldwijde solidariteit. Om de passie te creëren die mensen nodig hebben om te vechten voor een menswaardig bestaan, hebben we poëzie en een speciale menselijke taal nodig. Zonder dit blijven we steken in de koude, technocratische taal van het establishment, die de harten van de mensen niet bereikt. De onderdrukking van deze taal – zoals het zien we bij het hardhandig optreden tegen studentenprotesten tegen genocide, of de draconische maatregelen tegen de vrijheid van meningsuiting in landen als Duitsland – toont aan dat de staat het betonen van menselijke waardigheid en compassie inmiddels ziet als een daad van subversie.
Van Hoop naar Geloof (Faith) en de Donkere Lach
In dit verband maakt Temelkuran een cruciaal onderscheid tussen 'hoop' en 'geloof' (faith). Veel mensen vragen om hoop, maar zij vragen in werkelijkheid om een reden om te geloven. Het neoliberalisme heeft ons niet alleen sociale rechtvaardigheid ontnomen, maar ook ons geloof in de menselijke agency. Het systeem is gebouwd op de premis dat de mens van nature zelfzuchtig, hebzuchtig en slecht is. Omdat we deze definitie zijn gaan geloven, is ons geloof in de menselijkheid en in de toekomst gestolen.
Om dit te doorbreken, hebben we geen vage 'hoop' nodig, maar een actief 'geloof' in de mens. Net als bij elke vorm van geloof, begint dit niet bij het object van het geloof, maar bij jezelf. Zodra je begint te geloven in de mensheid, begin je in jezelf te geloven. Dit is het startpunt van de politieke strijd. Wanneer je deelneemt aan een protestkamp op een universiteit, ervaar je een specifieke vreugde: de vreugde van de waardigheid. Je gaat daarheen om je geloof in de mensheid te verversen, om te zien dat wij er zijn, dat wij velen zijn, en dat we niet de zelfzuchtige wezens zijn die ons worden voorgeschoteld.
Tenslotte biedt Temelkuran een verrassend hulpmiddel voor deze donkere tijden: de 'donkere lach' of zwarte humor. Ze verwijst naar de Oostenrijkse schrijver Joseph Roth, die in de jaren twintig de opkomst van het nazisme zag en zich voelde als "een muis die piept tegen een lawine, maar piepen moet ik". Deze lach is niet de lach die ons beschermt tegen gevaar of ons troost in naïviteit. Het is een donkere, bevrijdende lach die ons samenbrengt en ons sterker maakt. Het is de lach van hen die de afgrond hebben gezien en desondanks weigeren te buigen. Naarmate de onderdrukking toeneemt, wordt deze lach een daad van verzet.
Conclusie: De Tijd voor Moed is Nu
De analyse van Ece Temelkuran en Chris Hedges laat geen ruimte voor zelfbedrog. We leven te midden van de ruïnes van instituties die zijn uitgehold door decennia van meedogenloos kapitalisme. De wonden zijn mortaal. We rouwen, voor het eerst in de geschiedenis, in de toekomende tijd: we rouwen om wat we weten dat we nog gaan verliezen.
Maar crises hebben de neiging om dingen te kristalliseren. Ze kristalliseren het kwaad, maar ook het goede. Het zijn momenten waarop mensen zich toestaan om helden te zijn. De tijd is aangebroken om de taboes van de Koude Oorlog af te schudden en moedig te spreken over sociale rechtvaardigheid, ongeacht de beschuldigingen van 'communistisch' gedachtegoed die het establishment nog steeds als wapen gebruikt. We moeten ons bevrijden van angst.
De strijd om de ziel van de 21e eeuw zal niet worden gewonnen door te wachten op een redder in de politiek, noch door te vluchten in de bunkers van de rijken. Het zal worden gewonnen door diegenen die beseffen dat ze niets anders hebben dan elkaar. Door te kiezen voor nederigheid, waarachtigheid en een onwrikbaar geloof in de menselijke waardigheid, kunnen we, ondanks alles, beginnen met het herbouwen van een thuis in een wereld van vreemdelingen. De muis moet blijven piepen tegen de lawine, want in dat piepen ligt de kiem van onze gezamenlijke verlossing.