Door Frank , 7 oktober 2026

Jemen aan de poorten van een geopolitieke aardverschuiving

Van Taiz en Bab al-Mandab tot Riyad: hoe een vergeten oorlog opnieuw het machtsevenwicht in het Midden-Oosten bedreigt

Yemen

 

Door Frank Dumon

De oorlog in Jemen is opnieuw geëscaleerd tot een conflict waarvan de gevolgen ver buiten de grenzen van het land kunnen reiken. Rond Taiz en de Rode Zeekust wordt opnieuw gevochten, terwijl de strijd om Bab al-Mandab — een van de belangrijkste maritieme knelpunten ter wereld — ook een informatieoorlog is geworden. Een nieuw interview met de Jemenitische commentator Hussein Al-Bukhaiti betwist de eerste berichten over een beslissende Saoedisch gesteunde doorbraak aan de westkust en beschrijft een tegenoffensief dat volgens hem na een beperkte opmars werd afgeslagen. Tegelijk verschijnen nieuwe FPV-drones op het slagveld, worden opnieuw luchtaanvallen op burgerinfrastructuur gemeld en verschuift de confrontatie steeds nadrukkelijker naar Saoedisch grondgebied en luchtruim. Daarmee wordt de centrale vraag nog scherper: kan overweldigende conventionele vuurkracht worden omgezet in duurzame politieke en territoriale controle?

Een oorlog die nooit werkelijk eindigde

Jemen is al meer dan tien jaar het toneel van een van de meest complexe oorlogen van het Midden-Oosten. De huidige crisis kan niet worden begrepen zonder terug te gaan naar 2014 en 2015. In september 2014 namen de Houthi's, die zichzelf Ansar Allah noemen, de hoofdstad Sanaa in. De beweging was ontstaan in het noordelijke gouvernement Saada en heeft haar historische wortels in de zayditische gemeenschap van Noord-Jemen.

Wat aanvankelijk een regionale en religieus-politieke beweging was, groeide tijdens opeenvolgende conflicten met de centrale regering uit tot een goed georganiseerde militaire en politieke macht. De politieke overgang die na de Arabische Lente van 2011 tot stand was gekomen, stortte geleidelijk in. President Abd Rabbuh Mansour Hadi verloor uiteindelijk de controle over Sanaa en vluchtte naar het zuiden. Op 26 maart 2015 begon vervolgens een door Saoedi-Arabië geleide internationale coalitie een militaire interventie ter ondersteuning van Hadi's regering.

Het leek aanvankelijk een oorlog die snel beslist kon worden. Saoedi-Arabië beschikte over moderne Amerikaanse en Europese gevechtsvliegtuigen, precisiewapens, enorme financiële middelen en de steun van verschillende Arabische landen. De Houthi's daarentegen waren afkomstig uit een van de armste landen ter wereld. Maar de verwachte snelle overwinning kwam er niet. Meer dan een decennium later bestaat Ansar Allah nog steeds. 

De beweging controleert Sanaa en een groot deel van het dichtbevolkte noorden en westen van Jemen en heeft ondertussen een arsenaal van raketten en drones opgebouwd waarmee doelen honderden kilometers verder kunnen worden aangevallen. De Verenigde Naties beschrijven hoe de militaire interventie van 2015 volgde op het mislukken van de politieke overgang en hoe de daaropvolgende jaren van oorlog duizenden burgerslachtoffers, enorme infrastructurele schade en een humanitaire noodsituatie veroorzaakten. Dat alleen al maakt Jemen tot een opmerkelijke case study van moderne asymmetrische oorlogsvoering. Maar in 2026 gaat het niet langer alleen om de vraag wie Jemen controleert. De inzet is veel groter geworden.

Taiz: de oorlog komt opnieuw in beweging

De huidige escalatie concentreert zich onder andere rond Taiz, een van de grootste en strategisch belangrijkste steden van Jemen. Taiz ligt op een cruciaal kruispunt. Vanuit de regio lopen wegen naar Aden in het zuiden, naar de westelijke kust en Bab al-Mandab, en naar de centrale hooglanden. Wie de verkeersassen rond Taiz beheerst, beschikt daarom over een belangrijk militair voordeel. Begin oktober boekte Ansar Allah belangrijke terreinwinst in de provincie. Een belangrijke aanvoerroute werd afgesneden en de druk rond de stad nam sterk toe. Reuters meldde op 5 oktober dat de Houthi's Taiz effectief verder hadden geïsoleerd, terwijl regeringstroepen tegelijkertijd elders een tegenoffensief uitvoerden.

Nima Alkorshid and Pepe EscobarDe situatie illustreert hoe dynamisch het front momenteel is. Terwijl Ansar Allah rond Taiz terrein wint, proberen Saoedisch gesteunde Jemenitische strijdkrachten langs de Rode Zee precies het tegenovergestelde te bereiken. Het resultaat is geen eenvoudige lineaire opmars van één partij, maar een oorlog waarin beide kampen op verschillende fronten tegelijkertijd offensieven uitvoeren. Voor geopolitiek analist Pepe Escobar is Taiz echter veel meer dan een tactisch doel. In het aangeleverde gesprek beschouwt hij de strijd om Taiz als een onderdeel van een veel groter strategisch plan van Ansar Allah. Volgens hem probeert de beweging stap voor stap de belangrijkste politieke en economische centra van Jemen onder haar controle te brengen.

Zijn redenering luidt ongeveer als volgt: eerst de westelijke kust en de toegang tot Bab al-Mandab, vervolgens Taiz, daarna Marib en uiteindelijk de machtsverhoudingen in het zuiden. Dat scenario is op dit moment zeker niet voltooid. Sterker nog: het tegenoffensief van 5 oktober heeft aangetoond dat het militaire initiatief snel van kant kan wisselen. Maar Escobar raakt wel een fundamenteel punt. De strijd gaat niet alleen om terrein. Hij gaat om verbindingen. Wie de wegen, havens, olievelden en zeestraten beheerst, bepaalt uiteindelijk welke politieke entiteit economisch levensvatbaar kan zijn.

Bab al-Mandab: de achilleshiel van de wereldhandel

Bab al-MandabDaarom is de strijd om Bab al-Mandab misschien nog belangrijker dan die om Taiz. De zeestraat verbindt de Rode Zee met de Golf van Aden en vormt daarmee de maritieme corridor tussen het Suezkanaal en de Indische Oceaan. Wanneer deze doorgang onveilig wordt, lopen vaartijden, verzekeringspremies en transportkosten snel op. Jemen bezit daardoor een vorm van macht die niet in zijn bruto binnenlands product wordt weerspiegeld: geografische macht.

Juist over de situatie aan deze kustlijn lopen de berichten nu sterk uiteen. Saoedisch gesteunde media en vertegenwoordigers van de internationaal erkende Jemenitische autoriteiten meldden dat hun strijdkrachten posities bij Mocha en Bab al-Mandab hadden ingenomen. In het nieuwe interview betwist Hussein Al-Bukhaiti die voorstelling. Volgens hem bereikten Saoedisch gesteunde formaties na zware luchtsteun wel een beperkte opmars in de richting van Dhubab, tussen Mocha en Bab al-Mandab, maar slaagden zij er niet in de bevoorradingslijn naar de zeestraat duurzaam af te snijden.

Al-Bukhaiti stelt dat de aanvallers vervolgens door Jemenitische versterkingen, drones en raketten werden teruggedrongen. Hij spreekt over zeer zware verliezen en honderden Saoedische luchtaanvallen in korte tijd. Die aantallen zijn in het aangeleverde transcript niet onafhankelijk geverifieerd en moeten daarom als beweringen van een partijgebonden bron worden behandeld. Het belangrijke analytische punt is echter dat er op dit moment geen reden is om een gemelde terreinwinst automatisch gelijk te stellen aan duurzame controle over Bab al-Mandab. In deze oorlog veranderen frontlijnen snel en voeren beide kampen tegelijk een informatieoorlog.

Zelfs territoriale controle over de kust lost het maritieme probleem bovendien niet op. Raketten en langeafstandsdrones hoeven niet rechtstreeks vanaf het strand te worden gelanceerd. Zolang Ansar Allah vanuit het binnenland lanceerposities kan gebruiken, blijft Bab al-Mandab zowel een technologisch als een territoriaal probleem.

Honderd gevechtsvliegtuigen tegen een guerrillaleger

De omvang van de Saoedische reactie toont hoe ernstig Riyad de situatie beoordeelt. Het nieuwe interview beschrijft een uitzonderlijk intensieve luchtcampagne aan de westkust. Al-Bukhaiti spreekt zelfs over ongeveer vierhonderd aanvallen in een zeer korte periode tijdens de poging om richting Dhubab op te rukken. Ook hier geldt dat dit cijfer uit het interview komt en niet als onafhankelijk vastgesteld feit kan worden gepresenteerd.

De militaire logica is niettemin herkenbaar: luchtoverwicht kan een corridor tijdelijk openbombarderen en grondtroepen gelegenheid geven om op te rukken, maar het garandeert niet dat die troepen het veroverde terrein kunnen vasthouden. Volgens Al-Bukhaiti veranderde precies dat toen Jemenitische versterkingen arriveerden en raket- en droneaanvallen ook Saoedische luchtmachtinfrastructuur bedreigden. Daarmee wordt de luchtcampagne onderdeel van een wederzijdse escalatie in plaats van een eenzijdig instrument van controle.

Daar ligt opnieuw de paradox die deze oorlog sinds 2015 kenmerkt. Saoedi-Arabië bezit veel meer conventionele vuurkracht, maar de beslissende vraag blijft: kan die vuurkracht worden omgezet in duurzame politieke en territoriale controle? Luchtmacht kan infrastructuur vernietigen en troepenbewegingen bemoeilijken; uiteindelijk moet grondgebied echter worden ingenomen, bevoorraad en verdedigd.

De les van asymmetrische oorlogsvoering

Jemen demonstreert opnieuw dat militaire superioriteit en politieke overwinning twee verschillende zaken zijn. Voor Ansar Allah werkt de kostenstructuur anders dan voor een conventionele krijgsmacht. Riyad moet dure vliegtuigen, luchtverdediging, logistiek en precisiewapens inzetten tegen een tegenstander die steeds meer gebruikmaakt van relatief goedkope drones en raketten.

Het nieuwe element is het zichtbare gebruik van FPV-drones tegen voertuigen en kleine groepen aan het front. In het interview wordt beeldmateriaal besproken van drones die laag en rechtstreeks naar een doel vliegen, vergelijkbaar met systemen die in andere recente oorlogen op grote schaal zijn gebruikt. Voor een strijdmacht die geen luchtoverwicht bezit, zijn zulke toestellen een tactische gelijkmaker: goedkoop, moeilijk tijdig waar te nemen en nauwkeurig genoeg om individuele voertuigen of posities aan te vallen.

Al-Bukhaiti benadrukt daarnaast dat Jemen door de blokkade gedwongen werd eigen systemen te ontwikkelen en bestaande technologie via reverse engineering aan te passen. Hij erkent daarbij expliciet dat Iran technische kennis heeft geleverd. Dat is een belangrijker en genuanceerder beeld dan de twee uitersten die vaak in het debat voorkomen: enerzijds dat alle Jemenitische wapens volledig autonoom zouden zijn ontwikkeld, anderzijds dat Ansar Allah slechts met kant-en-klare Iraanse systemen zou vechten. Het transcript beschrijft veeleer een combinatie van buitenlandse kennis, lokale aanpassing en eigen productie.

De oorlog wordt naar Saoedi-Arabië gebracht

Ansar AllahDe oorlog bevindt zich niet langer alleen in Jemen. Ansar Allah heeft opnieuw verklaard doelen diep in Saoedi-Arabië te hebben aangevallen. Al-Bukhaiti noemt onder meer Saoedische luchtmachtbases en energie-infrastructuur van Aramco. Zonder onafhankelijke bevestiging moeten specifieke treffers en schadeclaims voorzichtig worden behandeld, maar de bredere capaciteit om Saoedisch grondgebied met drones en raketten te bereiken is geen nieuw gegeven.

Belangrijker is de strategische verschuiving in de communicatie. De beweging verklaarde het Saoedische luchtruim tot operationeel gebied en waarschuwde luchtvaartmaatschappijen om het te mijden, terwijl Mekka en Medina volgens haar buiten de doelzone blijven. Dat betekent uiteraard niet dat Ansar Allah het Saoedische luchtruim daadwerkelijk controleert. Het is een dreiging die erop gericht is de economische kosten van de oorlog te verhogen: verzekeringen, routes, luchthavens, investeringsrisico en de perceptie van veiligheid.

Daarmee wordt asymmetrische oorlogvoering economisch. Een moderne economie hoeft niet fysiek te worden vernietigd om schade te lijden. Het volstaat dat ondernemingen, luchtvaartmaatschappijen en investeerders hun risicomodellen aanpassen. De inzet verschuift dan van het vernietigen van militaire eenheden naar het verhogen van de kosten van onzekerheid.

Marib: waar olie en politieke macht samenkomen

Na Taiz verschijnt in Escobars analyse een tweede cruciale naam: Marib. De provincie heeft een bijzondere economische betekenis door haar olie- en gasreserves en energie-infrastructuur. Daarom is controle over Marib niet alleen militair belangrijk. Een toekomstige Jemenitische machtsstructuur heeft inkomsten nodig. Een beweging kan steden en bergen controleren, maar zonder toegang tot energie, belastingen, havens en handelsroutes blijft het moeilijk een duurzame staat te organiseren. Escobar redeneert daarom dat een eventuele combinatie van controle over Sanaa, Taiz en Marib de machtsverhoudingen fundamenteel zou veranderen.

Ansar Allah zou dan niet langer eenvoudig kunnen worden beschreven als een rebellenbeweging. De beweging zou steeds meer de kenmerken krijgen van een feitelijke staat. In delen van Noord-Jemen is dat proces overigens al lang zichtbaar. Ansar Allah beheert overheidsinstellingen, belastinginning, veiligheidsdiensten en militaire structuren. Tegelijk mag men de interne problemen van de beweging niet romantiseren. Haar bestuur wordt eveneens beschuldigd van repressie, autoritair optreden en ideologische controle. Een recente analyse van Le Monde wijst zowel op de opmerkelijke militaire ontwikkeling van de beweging als op haar autoritaire bestuurspraktijken en interne kwetsbaarheden. Dat onderscheid is belangrijk. Militair succes betekent niet automatisch politieke legitimiteit.

Aden en de oude breuklijn tussen Noord en Zuid

South YemenZelfs indien Ansar Allah Taiz en Marib volledig zou veroveren, blijft er nog een fundamenteel probleem: Zuid-Jemen. Jemen was immers niet altijd één staat. Tot 1990 bestonden Noord-Jemen en Zuid-Jemen als afzonderlijke politieke entiteiten. De hereniging maakte geen einde aan de regionale tegenstellingen. In 1994 volgde al een burgeroorlog en ook vandaag bestaan in het zuiden sterke separatistische stromingen. Aden vormt daarvan het symbolische centrum. De internationaal erkende regering gebruikt de stad als tijdelijke hoofdstad, maar haar macht is verre van absoluut.

Lokale strijdkrachten, zuidelijke separatisten, stammen, milities en buitenlandse sponsors hebben allemaal hun eigen belangen. De Verenigde Arabische Emiraten hebben bijvoorbeeld jarenlang belangrijke zuidelijke formaties gesteund. Dat maakt iedere voorspelling over de "hereniging van Jemen" buitengewoon problematisch. Een overwinning op één militaire tegenstander lost de historische Noord-Zuid tegenstelling niet op. Escobar ziet echter een ander mechanisme. Volgens hem zou een overweldigende militaire machtsverschuiving ertoe kunnen leiden dat stammen en lokale machtsgroepen pragmatisch overeenkomsten sluiten met Ansar Allah. Niet uit ideologische overtuiging, maar omdat overleven in een tribale politieke omgeving vaak betekent dat men zich aanpast aan de nieuwe machtsbalans. Dat is mogelijk. Maar het is zeker niet onvermijdelijk.

Iran: bondgenoot, sponsor of opdrachtgever?

Bij vrijwel iedere westerse beschrijving van Ansar Allah verschijnt het adjectief "Iran-backed". Daarvoor bestaan goede redenen. Iran heeft de beweging politiek en militair ondersteund en de technologische ontwikkeling van Houthi-raket- en drone capaciteiten staat niet los van de bredere Iraanse militaire infrastructuur. Maar daarmee is niet het volledige verhaal verteld. Ansar Allah is geen organisatie die simpelweg door Iran werd gecreëerd. De beweging heeft diepe lokale wortels. Ze ontstond uit de politieke en religieuze omstandigheden van Noord-Jemen en voerde al oorlog tegen de Jemenitische regering voordat haar relatie met Teheran de huidige strategische betekenis kreeg.

Iran soldiers

Het verschil is belangrijk. Wanneer iedere actie van Ansar Allah wordt geïnterpreteerd als een rechtstreeks bevel uit Teheran, wordt de eigen Jemenitische agenda van de beweging onderschat. Iran profiteert zonder twijfel van een sterke Houthi-beweging. Vanuit Teheran bekeken vormt Jemen een uitzonderlijk waardevolle strategische positie. Aan de ene kant kan druk worden uitgeoefend op Saoedi-Arabië. Aan de andere kant ligt Bab al-Mandab binnen bereik. En nog verder naar het noorden bevinden zich Israël en de Amerikaanse militaire infrastructuur in de regio. Maar een bondgenoot hoeft geen marionet te zijn. Dat onderscheid wordt in de geopolitieke berichtgeving te vaak verloren.

Van Jemen naar Israël en de Verenigde Staten

Escobar plaatst de Jemenitische oorlog daarom in een veel groter strategisch kader. Voor hem is Jemen slechts één front in een steeds meer onderling verbonden confrontatie tussen Iran, Israël en de Verenigde Staten. Daar bevindt zich ook het grootste escalatierisico. Een grootschalige nieuwe Amerikaanse of Israëlische aanval op Iran zou vrijwel onmogelijk beperkt kunnen blijven tot Iraans grondgebied. Iran beschikt over mogelijkheden om Amerikaanse bases en infrastructuur in de regio aan te vallen. Regionale bondgenoten kunnen eveneens actief worden. De Straat van Hormuz kan onder druk komen. En aan de andere kant van het Arabisch Schiereiland bevindt zich Bab al-Mandab. Zo ontstaat een buitengewoon kwetsbare geografische situatie. Twee van de belangrijkste maritieme energiecorridors ter wereld liggen aan weerszijden van hetzelfde schiereiland. Hormuz in het oosten. Bab al-Mandab in het westen. Wie beide corridors tegelijkertijd onder druk kan zetten, hoeft geen wereldmacht te zijn om enorme gevolgen voor de wereldeconomie te veroorzaken. Dat verklaart waarom Washington de gebeurtenissen in Jemen onmogelijk als een geïsoleerd burgerconflict kan behandelen.

Pakistan en Turkije veranderen de vergelijking

Een tweede belangrijke ontwikkeling is de mogelijke verbreding van het conflict. Zowel het bestaande artikel als het nieuwe interview wijzen op nauwere militaire coördinatie tussen Saoedi-Arabië, Pakistan en Turkije. Het transcript spreekt over de activering van een gezamenlijke defensiestructuur en over de verplaatsing van capaciteiten naar Saoedi-Arabië. De precieze omvang en opdracht van eventuele Turkse en Pakistaanse eenheden moeten echter afzonderlijk worden vastgesteld.

Dat onderscheid is essentieel. Militaire steun kan bestaan uit luchtverdediging, inlichtingen, logistiek, elektronische oorlogsvoering, training, onderhoud of bescherming van Saoedische installaties, zonder dat Turkse of Pakistaanse infanterie aan een offensief in Jemen deelneemt. Voor Pakistan is een directe oorlog tegen Ansar Allah bovendien gevoelig door zijn relaties met zowel Riyad als Teheran. Turkije probeert eveneens meerdere regionale belangen tegelijk te beheren. De kernvraag is daarom niet alleen of Ankara en Islamabad Riyad steunen, maar welke operationele grenzen zij aan die steun stellen.

Al-Bukhaiti waarschuwt in het interview dat buitenlandse troepen die rechtstreeks aan grondoperaties deelnemen hetzelfde risico zouden lopen als eerdere buitenlandse contingenten in de Jemenitische oorlog. Dat is zijn beoordeling, geen vaststaande voorspelling. Strategisch maakt de komst van extra luchtverdediging, inlichtingen en logistieke capaciteit Saoedi-Arabië sterker; politiek vergroot zij tegelijk het aantal staten dat belang krijgt bij het verloop van de oorlog.

Kan Saoedi-Arabië werkelijk destabiliseren?

Saoedi-ArabiëHier komen we bij het meest radicale deel van Escobars analyse. Hij suggereert dat een grote Jemenitische overwinning uiteindelijk zelfs kan leiden tot de interne desintegratie van Saoedi-Arabië. Dat is een verstrekkende voorspelling. Er bestaat op dit moment geen overtuigend bewijs dat de Saoedische staat op het punt staat uiteen te vallen. Riyad beschikt over enorme financiële reserves, uitgebreide veiligheidsdiensten, moderne strijdkrachten en een centraal staatsapparaat dat over veel grotere middelen beschikt dan de regeringen die tijdens de Arabische Lente instortten.

De Saoedische monarchie heeft bovendien decennialange ervaring met het beheren van regionale, tribale en politieke tegenstellingen. Toch is Escobars onderliggende vraag interessanter dan zijn voorspelling. Saoedi-Arabië is geen historisch vanzelfsprekende natiestaat zoals Frankrijk of China. Het huidige koninkrijk ontstond uit de militaire en politieke expansie van het Huis van Saud over verschillende regio's en tribale gebieden. De eenwording van het koninkrijk werd pas in 1932 formeel voltooid. Regionale identiteiten verdwenen daarmee niet. Escobar redeneert dat een zware militaire nederlaag, gecombineerd met economische schade en interne machtsstrijd, oude breuklijnen opnieuw zichtbaar zou kunnen maken. Dat is theoretisch mogelijk. Maar tussen "mogelijk" en "waarschijnlijk" ligt een grote afstand.

Mohammed bin Salman en de kwetsbaarheid van gecentraliseerde macht

Mohammed bin SalmanToch bestaat er nog een andere dimensie. Onder kroonprins Mohammed bin Salman is de politieke macht in Saoedi-Arabië sterk gecentraliseerd. Dat heeft voordelen. Beslissingen kunnen snel worden genomen en grote economische projecten kunnen vanuit het centrum worden doorgedrukt. Maar centralisatie heeft ook een keerzijde. Wanneer successen sterk met één leider worden geïdentificeerd, geldt hetzelfde voor mislukkingen. Een langdurige oorlog die steeds meer Saoedische infrastructuur bedreigt, zou daardoor uiteindelijk ook binnen de elite politieke gevolgen kunnen krijgen. Escobar voorspelt zelfs mogelijke paleisconflicten. Het bredere principe is geldig: oorlogen beïnvloeden niet alleen frontlinies. Ze veranderen ook de interne machtsverhoudingen van staten die ze voeren.

De economische paradox van de oorlog

Voor Saoedi-Arabië bestaat bovendien een bijzondere paradox. Het land beschikt dankzij zijn energie-export over de middelen om een zeer moderne krijgsmacht te financieren. Maar precies die energie-infrastructuur vormt tegelijk een van zijn belangrijkste kwetsbaarheden.

  • Olievelden.
  • Pijpleidingen.
  • Compressorstations.
  • Raffinaderijen.
  • Exportterminals.
  • Havens.
  • Elektriciteitscentrales.
  • Ontziltingsinstallaties.

Het zijn grote, vaste infrastructuren die moeilijk volledig kunnen worden beschermd. Ansar Allah hoeft niet het Saoedische leger te verslaan om economische schade te veroorzaken. Het hoeft slechts af en toe door de luchtverdediging heen te breken. De wereld heeft eerder gezien hoe aanvallen op Saoedische olie-installaties onmiddellijk internationale gevolgen kunnen hebben. In de huidige escalatie is die kwetsbaarheid nog groter doordat de bredere oorlog in West-Azië ook andere energieroutes onder druk zet. Reuters meldde op 5 oktober dat geopolitieke spanningen rond Iran, Saoedi-Arabië, Jemen, Hormuz en Bab al-Mandab opnieuw een belangrijke risicofactor voor de oliemarkten vormen. De oorlog wordt daardoor onmiddellijk een mondiaal economisch probleem.

Een oorlog van goedkope wapens tegen dure systemen

Er speelt nog iets anders. De Jemenitische oorlog laat zien hoe snel moderne militaire technologie verandert. Een generatie geleden was een langeafstandswapen bijna automatisch een zeer duur instrument dat alleen geavanceerde staten konden bezitten.

  • Drones hebben dat model fundamenteel veranderd.
  • Relatief goedkope onbemande toestellen kunnen honderden kilometers afleggen.
  • Rakettechnologie verspreidt zich eveneens.
  • Commerciële elektronica kan voor militaire toepassingen worden aangepast.
  • Satellietbeelden zijn steeds gemakkelijker beschikbaar.
  • Navigatietechnologie is goedkoper geworden.
  • Daardoor ontstaat een fundamenteel economisch probleem voor traditionele krijgsmachten.
  • Een defensieve raket van honderdduizenden of zelfs miljoenen dollars kan worden ingezet tegen een aanvallende drone die slechts een fractie daarvan kost.
  • De aanvaller hoeft bovendien niet iedere keer succes te hebben.
  • De verdediger wel.
  • Eén onderscheppingsfout kan voldoende zijn.
  • Jemen is daardoor ook een laboratorium voor de oorlogvoering van de 21e eeuw.

De Verenigde Staten: machtig maar overal tegelijk uitgedaagd

Rusland, China en Iran

Escobar verbindt deze ontwikkeling uiteindelijk met een veel groter thema: de positie van de Verenigde Staten. Volgens hem wordt Washington tegelijkertijd geconfronteerd met drie grote strategische uitdagingen: Rusland, China en Iran. Zijn conclusie is dat zelfs de Verenigde Staten niet over voldoende middelen beschikken om langdurige grootschalige confrontaties op alle fronten tegelijkertijd te voeren. Daarover kan worden gediscussieerd. De Verenigde Staten blijven beschikken over ongeëvenaarde mondiale militaire infrastructuur, honderden buitenlandse faciliteiten, enorme technologische capaciteit, financiële macht en een uitgebreid netwerk van bondgenoten. Maar middelen zijn nooit onbeperkt.

  • Een Patriot raket die in het Midden-Oosten wordt gebruikt, kan niet tegelijkertijd elders worden ingezet.
  • Een vliegdekschip kan zich niet op twee plaatsen bevinden.
  • Munitievoorraden moeten worden aangevuld.
  • Piloten, technici en schepen hebben onderhoud nodig.
  • En uiteindelijk moeten oorlogen politiek worden gefinancierd.
  • Dat maakt zelfs relatief kleine regionale conflicten strategisch relevant wanneer ze zich opstapelen.

Jemen als symptoom van een veranderende wereldorde

Daarmee komen we bij de diepere betekenis van het conflict.

  • Jemen is militair geen grootmacht.
  • Economisch evenmin.
  • Maar het land demonstreert hoe de internationale machtsverhoudingen veranderen.
  • De klassieke hiërarchie waarbij rijke staten vrijwel automatisch militair konden domineren over arme staten wordt steeds minder vanzelfsprekend.
  • Technologie verspreidt zich.
  • Goedkope precisiewapens veranderen het slagveld.
  • Drones verkleinen de technologische kloof.
  • En geografie blijft even belangrijk als altijd.
  • Een beweging die Bab al-Mandab kan bedreigen, beschikt daardoor over veel meer geopolitieke invloed dan haar economische omvang doet vermoeden.
  • Dat is misschien de belangrijkste reden waarom de oorlog in Jemen opnieuw mondiale betekenis krijgt.

Maar de Jemenieten betalen de prijs

Yemen

Bij alle geopolitieke analyses dreigt één realiteit uit beeld te verdwijnen: de bevolking van Jemen.

  • Voor miljoenen Jemenieten is Bab al-Mandab geen abstracte strategische corridor.
  • Taiz is geen pion op een geopolitiek schaakbord.
  • Marib is geen olieveld op een kaart.
  • Dit zijn plaatsen waar mensen wonen.
  • De oorlog sinds 2014 heeft honderdduizenden levens geëist, rechtstreeks door geweld of indirect door honger, ziekte en het instorten van basisvoorzieningen.
  • De huidige escalatie veroorzaakt opnieuw grote vluchtelingenstromen. Reuters meldde op 5 oktober dat minstens 184.000 mensen door de hernieuwde gevechten ontheemd waren geraakt.
  • Dat cijfer dreigt verder op te lopen wanneer de strijd om grote steden intensiveert.
  • Een slag om Taiz of Sanaa zou niet vergelijkbaar zijn met een gevecht om een afgelegen militaire positie.
  • Het zou plaatsvinden tussen grote burgerbevolkingen.
  • Daarom is het belangrijk militaire voorspellingen niet te romantiseren.
  • Zelfs een "overwinning" kan een humanitaire catastrofe betekenen.

Escobars grote scenario

Wanneer we uiteindelijk terugkeren naar de analyse van Pepe Escobar, moeten twee zaken uit elkaar worden gehouden. Zijn feitelijke observaties en zijn prognoses. Dat Ansar Allah is uitgegroeid tot een buitengewoon belangrijke regionale militaire actor is moeilijk te ontkennen. Dat de beweging Saoedische infrastructuur kan bedreigen, is eveneens aangetoond. Dat Bab al-Mandab van enorme strategische betekenis is, staat buiten discussie. Dat Saoedi-Arabië na meer dan tien jaar oorlog Ansar Allah niet heeft kunnen uitschakelen, is eveneens duidelijk. Maar daaruit volgt niet automatisch Escobars veel radicalere conclusie dat Saoedi-Arabië uiteindelijk zal uiteenvallen of dat Jemen het Arabisch Schiereiland politiek zou kunnen domineren. Dat blijft speculatie. Toch is zijn scenario intellectueel interessant omdat het de gebruikelijke analyse omdraait. Gewoonlijk wordt gevraagd: kan Saoedi-Arabië Jemen verslaan? Escobar stelt een totaal andere vraag: wat gebeurt er wanneer Jemen uiteindelijk Saoedi-Arabië begint te veranderen? Dat is misschien de meest provocerende maar tegelijk interessantste vraag uit het hele gesprek.

Nieuwe bron: Hussein Al-Bukhaiti

Deze geactualiseerde versie verwerkt tevens het interview Hussein Al-Bukhaiti: Nothing Is Quiet on the Yemeni Front — Saudi Push, Turkey & Pakistan Enter. Omdat Al-Bukhaiti de gebeurtenissen vanuit een uitgesproken Jemenitisch/Ansar-Allah perspectief bespreekt, zijn zijn operationele details in dit artikel consequent als verklaringen of claims geformuleerd wanneer onafhankelijke bevestiging ontbreekt. Juist de tegenstelling tussen zijn relaas en de eerste berichten uit Saoedisch gesteunde bronnen maakt duidelijk hoe intens de informatieoorlog rond Bab al-Mandab is geworden.

De strijd om Jemen gaat niet meer alleen over Jemen

Begin oktober 2026 is de uitkomst van de oorlog onmogelijk te voorspellen. Ansar Allah heeft rond Taiz belangrijke vooruitgang geboekt. Tegelijk hebben Saoedisch gesteunde regeringstroepen een krachtig tegenoffensief uitgevoerd; de omvang en duurzaamheid van hun terreinwinst rond Bab al-Mandab wordt door de strijdende partijen tegengesteld beschreven. 

  • Saoedi-Arabië heeft zijn luchtcampagne dramatisch geïntensiveerd. 
  • Pakistan en Turkije hebben hun collectieve defensierelatie met Riyad geactiveerd. 
  • De Houthi's bedreigen ondertussen Saoedische infrastructuur en waarschuwen de internationale burgerluchtvaart voor het Saoedische luchtruim.
  • Daarachter bevindt zich Iran.
  • Daarachter de confrontatie met de Verenigde Staten en Israël.
  • En achter die regionale confrontatie tekent zich de nog grotere internationale machtsstrijd af waarin Washington, Beijing en Moskou hun positie proberen te behouden of uit te breiden.
  • Jemen bevindt zich precies op het snijpunt van die verschillende breuklijnen.

De Poort der Tranen

  • Bab al-Mandab heet niet voor niets de Poort der Tranen.
  • Eeuwenlang voeren handelaren, legers en imperia door deze nauwe doorgang.
  • Vandaag varen er containerschepen en olietankers.
  • Maar de fundamentele betekenis van de geografie is niet veranderd.
  • Wie deze corridor kan bedreigen, kan druk uitoefenen op machten die economisch honderden malen groter zijn.
  • Daar ligt uiteindelijk de paradox van Jemen.
  • Een van de armste landen van het Midden-Oosten bevindt zich op een van de kostbaarste stukken geografie ter wereld.
  • Saoedi-Arabië kan honderd gevechtsvliegtuigen inzetten.
  • De Verenigde Staten kunnen inlichtingen leveren.
  • Pakistan en Turkije kunnen Riyad militair ondersteunen.
  • Ansar Allah kan raketten en drones inzetten.
  • Maar geen van die actoren kan de geografie veranderen.
  • De Rode Zee blijft waar ze is.
  • Het Suezkanaal blijft afhankelijk van de zuidelijke toegang.
  • Bab al-Mandab blijft de poort.
  • En Jemen blijft aan die poort liggen.

Daarom is wat vandaag rond Taiz, Marib, Aden en Bab al-Mandab gebeurt geen voetnoot in de geschiedenis van het Midden-Oosten. Het is een confrontatie over wie in de komende jaren de handelsroutes, energiecorridors en politieke orde van een van de strategisch belangrijkste regio's ter wereld zal kunnen beïnvloeden. Of Pepe Escobars meest radicale voorspelling ooit werkelijkheid wordt — een Jemenitische overwinning die uiteindelijk zelfs de interne structuur van Saoedi-Arabië aantast — weten we niet. Daarvoor ontbreken vandaag de bewijzen.

Maar één conclusie is veel moeilijker te betwisten: Toen Saoedi-Arabië in maart 2015 aan zijn militaire interventie begon, bestond de verwachting dat zijn enorme technologische en financiële superioriteit de Houthi opstand relatief snel zou kunnen breken.

  • Meer dan tien jaar later staat Ansar Allah nog steeds in Sanaa.
  • De beweging bezit meer militaire capaciteit dan toen.
  • Ze kan Saoedi-Arabië rechtstreeks bedreigen.
  • Ze kan internationale scheepvaart onder druk zetten.
  • En haar militaire bewegingen kunnen de olieprijs, luchtvaartroutes en strategische berekeningen van regionale en mondiale machten beïnvloeden.

Dat is op zichzelf al een historische verschuiving. De vraag is daarom niet langer alleen wie de oorlog om Jemen zal winnen. De belangrijkere vraag is: hoeveel van het Midden-Oosten zal veranderen voordat die oorlog uiteindelijk voorbij is?

 

Yemen

 

Bronnenlijst met URL's