Door Frank , 24 juli 2026

Sociale Moord in Amerika

Hoe de Amerikaanse oligarchie een cultuur van straffeloosheid en geweld in stand houdt

Marie Gottschalk & Chris Hedges

De Verenigde Staten presenteren zichzelf graag als het lichtende voorbeeld van democratie en welvaart, maar achter de façade van het 'onmisbare land' schuilt een duistere realiteit. Amerika is uitzonderlijk gewelddadig, uitzonderlijk ongelijk en uitzonderlijk onverbiddelijk in het straffen van de armen terwijl de rijken vrijuit gaan. In haar baanbrekende boek *Crime and No Punishment: Wealth, Power, and Violence in America* (2025) ontleedt Marie Gottschalk, politicoloog aan de University of Pennsylvania, wat zij beschrijft als een systeem van 'sociale moord' – een term die zij ontleent aan Friedrich Engels. De groeiende concentratie van economische, politieke en militaire macht, zo betoogt Gottschalk, onttrekt vitale hulpbronnen aan de Amerikaanse samenleving, drijft steeds meer mensen naar de marges en normaliseert geweld en dood in een mate die wezenlijk afwijkt van andere westerse landen.

Door Frank Dumon

Inleiding

De cijfers zijn onthutsend. De Amerikaanse levensverwachting is historisch gedaald tot onder die van veel armere landen. Miljoenen Amerikanen lopen het risico hun huis, hun gezondheid, hun levensonderhoud en hun spaargeld te verliezen. Tientallen miljoenen geladen wapens liggen klaar in Amerikaanse huishoudens, wachtend op een moment van burgerlijke onrust. En het electorale systeem, ooit het kroonjuweel van de Amerikaanse democratie, verkeert in levensgevaar door escalerend politiek geweld. Dit artikel, gebaseerd op een diepgaand interview dat Chris Hedges met Gottschalk voerde en aangevuld met haar academische werk, onderzoekt de drie pijlers van deze crisis: de uitholling van de publieke gezondheid en welvaart, de militarisering van binnenlandse veiligheid en de politieke ontwrichting die daaruit voortvloeit.

Deel I: De uitholling van de Amerikaanse levensverwachting

Een historische keerpunt

Marie GottschalkIn het openingshoofdstuk van *Crime and No Punishment*, getiteld 'Sociale Moord', schetst Gottschalk een verontrustend beeld: "De Verenigde Staten zijn een uitzonderlijk gemilitariseerd, dodelijk en gewelddadig land." Wat dit land onderscheidt van andere westerse democratieën is niet alleen de omvang van het geweld, maar de systematische wijze waarop economische en politieke elites geweld in stand houden en er zelfs profijt uit trekken. In een historische ommekeer is de Amerikaanse levensverwachting gedaald tot onder die van veel armere landen, terwijl een groeiend aantal Amerikanen risico loopt hun huis, gezondheid, levensonderhoud en spaargeld te verliezen.

Deze daling is geen natuurverschijnsel. Ze is het directe gevolg van beleidskeuzes die prioriteit geven aan de belangen van de rijken boven het welzijn van de bevolking. Gottschalk benadrukt dat de Verenigde Staten steeds meer onvermogen of onwil tonen om geweld in al zijn vormen in te dammen. Machtige economische en politieke belangen maken minder machtige groepen en individuen vatbaarder voor vroegtijdige dood en andere schade – wat Engels 'sociale moord' noemde.

Sterftecijfers die schreeuwen

De cijfers spreken voor zich: de VS kennen uitzonderlijk hoge percentages van moord, vuurwapengeweld, zelfmoord, drug-overdoses, gevangenschap, verkeersdoden, armoede en politiegeweld in vergelijking met andere westerse landen. Wat opvalt is de veelheid aan vormen waarin geweld zich manifesteert. Het is niet alleen het straatgeweld dat de krantenkoppen haalt, maar ook wat Gottschalk 'deaths of despair' noemt – sterfgevallen door wanhoop, veroorzaakt door zelfmoord, alcoholisme, drug-overdoses en chronische ziekten.

Deze wanhoopsdoden zijn geen individuele tragedies; ze zijn het symptoom van een samenleving die haar burgers structureel in de steek laat. De de-industrialisatie die vanaf de jaren vijftig en zestig de Amerikaanse steden trof, heeft nu ook de plattelandsgebieden bereikt. Na de ondertekening van NAFTA en de verplaatsing van productie naar Mexico, China en Vietnam, verloren miljoenen Amerikanen hun broodwinning. Zonder werk, zonder vooruitzicht en zonder een vangnet dat hen opving, grepen velen naar alcohol, drugs of het wapen.

De erfenis van de Grote Recessie

Gottschalk wijst op de blijvende traumatische impact van de Grote Recessie van 2008 als een kristalliserend moment. Miljoenen mensen verloren hun huis – naar schatting negen tot tien miljoen gezinnen zouden uiteindelijk hun woning verliezen, ongeveer twee derde daarvan door gedwongen verkoop. De grootste massamigratie sinds de Grote Depressie vond plaats. Mensen verloren hun pensioenen, hun gezondheidszorg en hun vertrouwen in het systeem.

Wat de wond nog dieper maakte, was het besef dat niemand ter verantwoording werd geroepen. De banken die de crisis hadden veroorzaakt, werden gered met honderden miljarden dollars aan belastinggeld. De topbestuurders bleven zitten waar ze zaten, vaak met aanzienlijke bonussen. De Obama-regering steunde een gebrekkig hypotheekplan dat, zoals we nu weten, vooral was ontworpen om de banken wat ademruimte te geven, niet om de mensen te helpen die hun huis dreigden te verliezen. Gottschalk citeert Obama's eigen verdediging: als we deze corporate leiders voor de rechter hadden gebracht, zou dat 'geweld tegen de sociale orde' zijn geweest. De ironie is niet te missen – terwijl miljoenen Amerikanen hun huizen, hun pensioenen en hun toekomst verloren, was het straffen van de verantwoordelijken blijkbaar een grotere bedreiging voor de sociale orde dan de ellende waarin zij werden achtergelaten.

 

Obama & Jamie Dimon

President Obama die Amerika aan de zionistische bankiers verkocht met Jamie Dimon

Deze gebeurtenis ondermijnde het vertrouwen in de overheid op een fundamenteel niveau. En dat vertrouwen is nooit hersteld. Gottschalk benadrukt dat de Obama-regering een historisch moment had om de banksector fundamenteel te herstructureren. Na de reddingsoperatie was er brede steun, ook van Republikeinse zijde, voor strenge regulering. Maar Obama aarzelde, de financiële sector hergroepeerde zich, en de kans was verkeken.

Deel II: De twee gezichten van strafrecht – straatcriminaliteit versus corporate crime

De blinde vlek van de criminologie

Een van de meest opvallende onthullingen in Gottschalks werk is haar eigen bekentenis: jarenlang had ze, net als de meeste andere criminologen, corporate crime grotendeels genegeerd. "Het is gek," geeft ze toe in een interview met *Corporate Crime Reporter*. "Dit boek is op een manier mijn *mea culpa*. Waarom deed ik dat niet? Waarom doceerde ik niet meer over corporate crime?" Ze kan het niet wijten aan haar opleiding – ze is politicoloog, geen criminoloog, en kwam pas later in aanraking met het gevangeniswezen. Maar ze erkent dat het een "echte blinde vlek" was. Ze was zo gefocust op het probleem van massale opsluiting en de rol van ras, dat ze corporate crime simpelweg over het hoofd zag.

Deze blinde vlek is niet toevallig. Ze is institutioneel. In criminologieprogramma's en sociologieprogramma's wordt witteboordencriminaliteit zelden onderwezen. De aandacht blijft gefixeerd op straatcriminaliteit – de diefstal, de overval, de drugshandel – terwijl de veel grotere schade die wordt aangericht door corporate crime en economisch geweld grotendeels onbesproken blijft. Gottschalk stelt dat deze focus op straatcriminaliteit niet alleen een academische blinde vlek is, maar ook een politiek instrument. Door een hysterie over straatcriminaliteit te creëren, wordt de aandacht afgeleid van corporate crime. Je creëert paniek over het ene terwijl je het andere verdoezelt.

De de facto decriminalisering van corporate crime

Terwijl de VS meer van haar burgers opsluit dan bijna elk ander land – met een gevangenisstraf van ongeveer 600 per 100.000 inwoners – heeft ze tegelijkertijd een opmerkelijk proces van decriminalisering van elite-corporate crime doorgemaakt. Sinds de jaren negentig, en vooral onder de Clinton-, Bush- en Obama-regeringen, is de vervolging van witboordencriminaliteit drastisch afgenomen. In plaats van strafrechtelijke vervolging krijgen grote bedrijven zogenaamde 'deferred prosecution agreements' – overeenkomsten waarbij de vervolging wordt uitgesteld in ruil voor bepaalde gedragingen.

 

Hilary Clinton

Hilary Clinton die  samen met haar man president Bill Clinton Amerika aan de zionistische bankiers verkocht

Gottschalk wijst op de ironie: deze mechanismen waren oorspronkelijk bedoeld voor jonge delinquenten – een kans om zich te beteren zonder een strafblad. Maar ze zijn uitgegroeid tot het instrument bij uitstek om corporate America te behandelen. En wat gebeurt er als een bedrijf de afspraken schendt? Dan krijgt het vaak gewoon een nieuwe deferred prosecution agreement. Het is, zoals Gottschalk het formuleert, "Oops, I did it again."

De boetes die worden opgelegd, zijn vaak niet meer dan een schijntje. Gottschalk citeert Jamie Dimon, de CEO van JPMorgan Chase, die tegen Elizabeth Warren zei: "Ga je gang, vind me maar. Het kan me niet schelen. Het is maar 15 miljoen dollar, wat het ook is." En hij heeft gelijk. De miljardenboetes die worden opgelegd, zijn vaak niet eens gelijk aan de kwartaalwinsten van deze bedrijven. Ze kunnen vaak worden afgetrokken van de belasting, en de overheid controleert vaak niet eens of ze wel zijn betaald.

De verschuiving naar het bedrijf, niet de bestuurder

Een andere cruciale verschuiving is dat de vervolging zich richt op de corporatie als entiteit, niet op de individuele bestuurders. Dit betekent dat zelfs als er een schikking wordt bereikt, degenen die de beslissingen namen, persoonlijk ongemoeid blijven. Ze behouden hun bonussen, hun reputatie en hun vrijheid. De boodschap is duidelijk: als je rijk en machtig genoeg bent, sta je boven de wet.

Deze cultuur van straffeloosheid heeft diepgaande gevolgen voor het vertrouwen in het rechtssysteem. Gottschalk benadrukt dat we ons bij straatcriminaliteit obsessief afvragen of iemand zal recidiveren. Maar we hebben grote corporaties die herhaaldelijk de wet overtreden en steeds weer een deferred prosecution agreement krijgen. De boodschap die wordt afgegeven, is dat er één rechtssysteem is voor de armen en een ander voor de rijken.

De rol van de Clinton-regering

Gottschalk wijst herhaaldelijk op de Clinton-regering als een keerpunt. Het was Clinton die de 'law and order'-agenda omarmde en de uitbreiding van het gevangeniswezen versnelde. Maar het was ook Clinton die de deregulering van de financiële sector doorvoerde en private equity nieuw leven inblies. De combinatie was dodelijk: aan de ene kant een meedogenloze aanpak van straatcriminaliteit, aan de andere kant een vrijbrief voor corporate crime.

Deze tweedeling is geen ongeluk. Het is een politieke strategie. Door de aandacht te vestigen op straatcriminaliteit – en daarmee op de arme, vaak zwarte en bruine bevolking – konden politici zich profileren als 'hard op criminaliteit', terwijl ze tegelijkertijd de belangen van de financiële elite dienden. Het resultaat is een systeem dat de armen straft en de rijken beschermt.

Deel III: Politiegeweld – een nationaal fenomeen

Het platteland vergeten

Wanneer we aan politiegeweld denken, denken we aan steden als Chicago, Los Angeles of New York. Maar Gottschalk ontkracht deze misvatting. Uit haar onderzoek blijkt dat politiegeweld een nationaal fenomeen is, met een opmerkelijke concentratie in landelijke en voorstedelijke gebieden. In 2020 vond ongeveer driekwart van de dodelijke politie-incidenten plaats in gemeenschappen met minder dan 100.000 inwoners. Acht van de tien staten met de hoogste percentages dodelijke politiegeweld zijn in het Westen, waar zwarte mensen gemiddeld slechts 3% van de bevolking uitmaken.

 

Oproerpolitie in Amerika

De Amerikaanse oproerpolitie

Deze statistieken zijn opmerkelijk omdat ze ingaan tegen het gangbare verhaal. We denken dat politiegeweld vooral een stedelijk probleem is dat onevenredig veel zwarte mannen treft. En hoewel zwarte Amerikanen inderdaad onevenredig vaak worden gedood door de politie, is het aantal witte Amerikanen dat door de politie wordt gedood hoger dan dat van welke andere raciale of etnische groep dan ook. In feite zijn witte Amerikanen in landelijke gebieden een groter risico om door de politie te worden gedood dan witte Amerikanen in stedelijke gebieden. En vergeleken met witte burgers in het Verenigd Koninkrijk of Duitsland is het risico voor witte Amerikanen om door de politie te worden gedood extreem hoog.

Inheemse bevolking – het grootste risico

Een andere groep die vaak over het hoofd wordt gezien, is de inheemse bevolking. Inheemse Amerikanen lopen het grootste risico om door de politie te worden gedood, maar hun sterfgevallen vinden doorgaans plaats in landelijke, dunbevolkte gebieden, zonder getuigen die de fatale ontmoetingen met smartphones kunnen vastleggen. Hierdoor krijgen deze sterfgevallen zelden de aandacht die ze verdienen. Gottschalk benadrukt dat het gebrek aan aandacht voor deze sterfgevallen niet toevallig is – het is het gevolg van een combinatie van geografische isolatie, gebrek aan mediadekking en de afwezigheid van politieke netwerken die druk kunnen uitoefenen.

De cultuur van straffeloosheid

Het meest schrijnende aspect van politiegeweld is de vrijwel volledige straffeloosheid. Gottschalk wijst erop dat we zeer goede gegevens hebben over hoeveel agenten elk jaar worden gedood, maar we hebben geen betrouwbare gegevens over hoeveel burgers door de politie worden gedood. Er is geen nationale database. De gegevens die we hebben, worden verzameld door ondernemende journalisten en burgers.

En zelfs als er een doodslag plaatsvindt, worden agenten zelden aangeklaagd. Nog zelden veroordeeld. En zelfs als ze worden veroordeeld, zijn de straffen vaak symbolisch. Gottschalk noemt het voorbeeld van agenten die een wurggreep gebruiken, zelfs in departementen waar die verboden is, en die dan slechts een paar vakantiedagen verliezen als interne straf.

 

de politie staat boven de wet

De boodschap is duidelijk: de politie staat boven de wet.

Deze cultuur van straffeloosheid wordt versterkt door 'qualified immunity', een juridisch beginsel dat politieagenten in de praktijk immuniteit verleent voor burgerlijke rechtszaken. Zelfs als een slachtoffer een rechtszaak wint, betaalt de agent meestal niet de schadevergoeding – die wordt betaald door de stad of het departement. En de agent zelf ondergaat zelden serieuze consequenties.

De rol van sheriffs en de 'constitutional sheriff'-beweging

Een specifiek probleem op het platteland is de rol van sheriffs. In veel landelijke gebieden worden sheriffs gekozen en functioneren ze als een eigenzinnige macht. Ze zijn in veel opzichten boven de wet verheven en vormen nu een belangrijk rekruteringsgebied voor de 'constitutional sheriff'-beweging – een beweging die stelt dat sheriffs de wet naar eigen inzicht kunnen interpreteren omdat ze zijn gekozen. Deze beweging, die steeds meer aanhang krijgt, ziet sheriffs als de ultieme verdedigers van de volkswil, boven de rechterlijke macht en zelfs boven de grondwet.

Gottschalk waarschuwt dat deze ontwikkeling buitengewoon gevaarlijk is. Sheriffs die zichzelf boven de wet stellen, kunnen willekeurig geweld gebruiken, burgers intimideren en de rechtsstaat ondermijnen. En omdat ze worden gekozen, zijn ze moeilijk ter verantwoording te roepen.

Politiestakingen en wangedrag

Gottschalk besteedt ook aandacht aan seksueel misbruik door de politie, een onderwerp dat zelden de aandacht krijgt die het verdient. Seksueel misbruik en wangedrag zijn volgens haar een van de meest gerapporteerde vormen van politiemisdrijf, alleen overtroffen door buitensporig geweld. Lage-inkomensgroepen, LGBTQ-mensen, zwarte vrouwen en leden van andere historisch achtergestelde groepen zijn het meest waarschijnlijk slachtoffer. Agenten voeren langs de weg digitale anale en vaginale onderzoeken uit op de flinterdunste voorwendselen. Scholen en politie blijven studenten fouilleren – van kleuters tot middelbare scholieren – in strijd met de grondwet, omdat rechtbanken er niet toe kunnen komen om hen daarvoor te straffen. Het is, zoals Gottschalk het uitdrukt, een cultuur van straffeloosheid.

Deel IV: De militarisering van de binnenlandse politie

De verbinding met het rijk

Een van de meest originele bijdragen van Gottschalks werk is de analyse van de verbinding tussen Amerikaans imperialisme en binnenlands politiegeweld. De diepe investering van het land in zijn overzeese rijk – inclusief het gigantische defensiebudget en de onwrikbare aanname dat de Verenigde Staten de onmisbare natie zijn die de wereld moet politiëren – heeft het probleem van geweld in Amerika verergerd.

Deze verbinding werkt op verschillende manieren. Ten eerste is er de eenvoudige kwestie van geld: het defensiebudget slurpt middelen op die anders zouden kunnen worden besteed aan sociale voorzieningen, gezondheidszorg en onderwijs. Ten tweede is er de 'blowback' van het rijk: de politiemethoden die in het buitenland zijn ontwikkeld, zijn teruggekeerd naar de VS. Veteranen worden gerekruteerd voor politiediensten en brengen hun militaire training mee. Politiediensten worden uitgerust met militair materieel. En de mentaliteit van 'de vijand bestrijden' wordt overgedragen op de binnenlandse politie.

De historische wortels

Gottschalk plaatst deze militarisering in een historisch perspectief. De wortels van de militarisering van de politie en haar autonomie zijn verweven met de ontwikkeling van het Amerikaanse rijk. In de vroege twintigste eeuw, toen kapitaal niet wilde betalen voor politiediensten en vertrouwde op particuliere legers, begon de overheid na te denken over professionele politiediensten. Dit viel samen met de Amerikaanse expansie als imperiale macht. Veteranen die terugkeerden van overzee brachten politionele tactieken mee die ze daar hadden ontwikkeld. Het idee was dat professionele politie autonoom moest zijn en zich moest gedragen als het leger.

Deze visie op de politie als een autonome, paramilitaire macht is sindsdien alleen maar versterkt. De 'oorlog tegen drugs' en de 'oorlog tegen terrorisme' hebben deze militarisering verder versneld. En ondanks herhaalde schandalen en oproepen tot hervorming, is de politie-autonomie alleen maar toegenomen.

 

Dodelijke wapens

 

De mythe van 'niet-dodelijke' wapens

Gottschalk wijst op een ironische wending: in de jaren zestig, tijdens de opkomst van de 'professionele politie', werd gesproken over 'niet-dodelijke' wapens. Maar veel van deze zogenaamd niet-dodelijke wapens – traangas, rubberkogels – waren in werkelijkheid zeer dodelijk. Traangas dat in Vietnam werd gebruikt en naar de VS werd geïmporteerd, was zeer dodelijk. Rubberkogels konden doden of ernstig verwonden. De taal van 'niet-dodelijk' maskeerde de werkelijke aard van het geweld.

De rol van politievakbonden

Gottschalk besteedt ook aandacht aan de rol van politievakbonden, die een enorme macht uitoefenen. In steden als Philadelphia, waar Gottschalk doceert, worden politievakbonden vergeleken met haatgroepen. Ze doen politieke endorsements, steunen eigen kandidaten en gaan ver buiten de traditionele rol van het afdwingen van beleid.

Politievakbonden hebben een bijzondere positie verworven in het Amerikaanse politieke landschap. Ze zijn vaak onoverwinnelijk: politiecommissarissen geven toe dat ze geen controle hebben over de vakbonden. Agenten hebben het recht om bij een schietpartij de video vooraf te zien voordat ze worden geïnterviewd, zodat ze hun verhaal kunnen afstemmen op de beelden. Ze worden vaak onmiddellijk geïnterviewd na een schietpartij, voordat ze de tijd hebben om na te denken. En arbitrage is zwaar in het voordeel van de politie. Het is buitengewoon moeilijk om agenten te straffen, te ontslaan of nieuwe regels op te leggen.

Deel V: Politieke ontwrichting en de opkomst van Trump

Obama's gemiste kans

Een van de meest controversiële argumenten in Gottschalks boek is dat de Obama-regering de weg heeft geëffend voor de opkomst van Trump. De Obama-regering, zo stelt ze, slaagde er niet in de opmerkelijke inversie in het strafrechtelijk systeem van de afgelopen vijf decennia om te keren: de enorme uitbreiding van de gevangenisstaat om straatcriminaliteit, drugsdelicten en immigratieovertredingen te bestraffen, en de versnelde de facto decriminalisering van corporate crime. De niet-vervolgings- en uitgestelde vervolgingsafspraken die onder Obama werden gebruikt om zaken uit de financiële en hypotheekcrisis af te handelen, werden nog dieper geïnstitutionaliseerd.

Obama's hypotheekreddingsplan bleek een fortuin te zijn voor de grote banken, die de hypotheekcrisis versnellen en miljoenen mensen uit hun huizen zetten. Tegen de tijd dat Obama zijn kans om de banken te herstructureren had gemist, had het kapitaal zich hergroepeerd. De grote banken waren sterker dan ooit.

Gottschalk citeert Obama's eigen woorden: als we corporate bestuurders hadden gestraft, zou dat 'geweld tegen de sociale orde' zijn geweest. Maar wat, zo vraagt ze zich af, was het geweld tegen de miljoenen Amerikanen die hun huis, hun pensioen en hun toekomst verloren? De ironie is bitter: de elite beschermen tegen gerechtigheid was blijkbaar belangrijker dan de gewone burger beschermen tegen economische vernietiging.

De erosie van vertrouwen

Deze gebeurtenissen hebben het vertrouwen in de overheid en het rechtssysteem diepgaand ondermijnd. Gottschalk benadrukt dat we ons niet moeten blindstaren op het gebrek aan vertrouwen in het Congres; er is ook een fundamenteel gebrek aan vertrouwen in corporaties. Steeds meer mensen wantrouwen het kapitalisme en hebben een gunstiger beeld van het socialisme.

De Grote Recessie was voor veel mensen een kristalliserend moment: ze ervoeren economisch trauma en zagen dat niemand verantwoordelijk werd gehouden. De elite behandelde het als een natuurramp, een daad van God. Maar de mensen wisten dat er waarschuwingen waren geweest, dat er iets had kunnen worden gedaan. En het werd niet gedaan.

Trump als symptoom

Gottschalk is duidelijk: Trump is het symptoom, niet de ziekte. Hij heeft een legitiem gevoel van verraad door beide partijen aangeboord. Miljoenen Amerikanen die voor Obama stemden, stemden later voor Trump. Sanders-stemmers gingen naar Trump. Trump's campagne in 2016 was in veel opzichten een Sanders-campagne, behalve dat de stem onmiskenbaar die van Trump was: beelden van de 'globale elite', de oligarchie, afgewisseld met multiculturele arbeiders.

Gottschalk waarschuwt dat de elite van de Democratische Partij weigert te erkennen wat haar aandeel is in de huidige crisis. Ze willen terug naar de 'goede oude dagen' van Clinton en Obama, zonder te erkennen dat die dagen de zaden van de huidige ontwrichting hebben gezaaid. De gouden dagen waren de deregulering van Clinton, Obama's gemiste kans om de banken te herstructureren.

De media en de oligarchie

Gottschalk wijst ook op de rol van de media. Een handvol oligarchen – Larry Ellison, Jeff Bezos – kopen de media op, met corrosieve gevolgen voor het politieke leven. Maar de problemen met de pers dateren van vóór Bezos. We hebben tientallen jaren van mediaconcentratie meegemaakt, zonder dat er gebruik is gemaakt van antitrustwetgeving of de FCC om deze concentratie te voorkomen. We hebben ook geen steun voor lokale journalistiek, zoals in andere landen waar mensen belasting betalen voor journalistiek als een publieke dienst, zoals voor wegen.

 

Larry Ellison & Jeff Bezos

Links Larry Ellison Oracle en rechts Jeff Bezos Amazon

Private equity, die na de deregulering onder Clinton weer floreerde, is bijzonder corrosief geweest voor de journalistiek. Kranten worden opgekocht, uitgekleed en vaak gesloten. Lokale journalistiek sterft, en daarmee sterft ook de lokale democratie.

Deel VI: De toekomst van de Amerikaanse democratie

De democratie in gevaar

Gottschalk waarschuwt dat de democratie in Amerika in levensgevaar verkeert. De verkiezingen van 2024 en de nasleep daarvan hebben dit pijnlijk duidelijk gemaakt. Trump weigerde de verkiezingsuitslag te erkennen en sprak over een derde termijn. De poging om de verkiezingen van 2020 te ondermijnen, was een directe aanval op de democratie.

Maar Gottschalk benadrukt dat de dreiging niet alleen van Trump komt. De democratie wordt ook van binnenuit uitgehold door de concentratie van macht, de straffeloosheid van de elite en het gebrek aan vertrouwen in instellingen. De 'constitutional sheriff'-beweging, de militarisering van de politie, de erosie van de persvrijheid – dit zijn allemaal symptomen van een democratie in verval.

De universiteiten als laatste bolwerk

Gottschalk uit ook haar bezorgdheid over de universiteiten. Ze beschrijft hoe aan haar eigen universiteit een SWAT-team werd ingezet om een student te zoeken die verf op een standbeeld had gegooid. Ze waarschuwt dat de vrijheid van meningsuiting op universiteiten onder druk staat, en dat dit een voorbode is van iets veel ergers. In haar boek beschrijft ze hoe universiteiten, die ooit de laatste bastions van vrije meningsuiting waren, nu steeds meer worden gechanteerd door politieke krachten.

Gottschalk vergelijkt de situatie met de Weimarrepubliek: zodra de universiteiten worden gesloten, is het einde nabij. Ze roept universiteiten op om niet te kruipen en te wachten op betere tijden, maar om de democratie actief te verdedigen.

De noodzaak van een afrekening

Gottschalk eindigt met een dringende oproep: er moet een afrekening komen met het verleden. De elite van beide partijen moet erkennen wat haar aandeel is geweest in de huidige crisis. Het gaat niet om teruggaan naar de 'goede oude dagen', maar om een fundamentele bezinning op wat er is misgegaan. De overname van de Republikeinse Partij door Trump was geen toeval; het was het resultaat van een decennialang project.

Gottschalk is sceptisch over de bereidheid van de Democratische elite om deze afrekening te omarmen. Ze willen terug naar de tijd vóór Trump, zonder te erkennen dat de Clinton-jaren en de Obama-jaren de kiemen van de huidige crisis bevatten. Maar zonder die erkenning is er geen weg vooruit.

Een oproep tot actie

Gottschalk roept op tot een brede coalitie die zich niet alleen richt op straatcriminaliteit of politiegeweld, maar op de onderliggende structuren van ongelijkheid en straffeloosheid. Ze benadrukt dat massa-incarceratie nu een breed scala aan Amerikanen treft – niet alleen stedelijke zwarte mannen, maar ook witte plattelandsbewoners. Dit biedt mogelijkheden voor nieuwe coalities.

Ze wijst er ook op dat er historische momenten zijn geweest waarop het mogelijk was om iets anders te doen. Na de spaar- en kredietcrisis onder George H.W. Bush werden er bijvoorbeeld wel regulerende maatregelen genomen. De vraag is of er nu weer zo'n moment zal komen.

Conclusie

Marie Gottschalks *Crime and No Punishment* is een meedogenloze en ontnuchterende analyse van de Amerikaanse malaise. Ze laat zien dat de Verenigde Staten niet alleen een uitzonderlijk gewelddadig land zijn, maar ook een land dat systematisch geweld in stand houdt door de straffeloosheid van de elite, de militarisering van de politie, en de uitholling van de sociale voorzieningen. De levensverwachting daalt, miljoenen mensen verliezen hun huis en hun toekomst, en de democratie zelf staat op het spel.

Maar Gottschalk is geen fatalist. Ze wijst op historische momenten waarop verandering mogelijk was, en ze roept op tot een brede coalitie die de onderliggende structuren van ongelijkheid en straffeloosheid aanpakt. De vraag is of de elite van beide partijen bereid is om haar eigen aandeel in de crisis te erkennen. Zonder die erkenning is er geen weg vooruit. De toekomst van de Amerikaanse democratie hangt af van de bereidheid om niet alleen Trump te bestrijden, maar ook de systemen die hem mogelijk hebben gemaakt.

Dit artikel is gebaseerd op een interview dat Chris Hedges voerde met Marie Gottschalk, aangevuld met informatie uit haar boek* Crime and No Punishment: Wealth, Power, and Violence in America *(Princeton University Press, 2025) en andere bronnen.*

Over de auteur

Marie Gottschalk is Distinguished Professor of Political Science aan de University of Pennsylvania. Ze is de auteur van *The Prison and the Gallows: The Politics of Mass Incarceration in America* (2006), *Caught: The Prison State and the Lockdown of American Politics* (2016) en *Crime and No Punishment: Wealth, Power, and Violence in America* (2025). Haar onderzoek richt zich op de oorsprong van de gevangenisstaat in de Verenigde Staten, de kritiek op de omvang van het gevangenisnetwerk en de kruisingen van de gevangenisstaat met ras en economische ongelijkheid. Ze was lid van de National Task Force on Mass Incarceration van de American Academy of Arts and Sciences en van het Committee on the Causes and Consequences of High Rates of Incarceration van de National Academy of Sciences. Ze was te zien in de voor een Academy Award genomineerde documentaire *13th* (2016).

https://en.wikipedia.org/wiki/Marie_Gottschalk

https://www.corporatecrimereporter.com/news/200/marie-gottschalk-on-corporate-crime-and-no-punishment-in-america/ 

Marie Gottschalk is an American political scientist and professor of political science at the University of Pennsylvania, known for her work on mass incarceration in the United States. Gottschalk is the author of The Prison and the Gallows: The Politics of Mass Incarceration in America (2006), Caught: the Prison State and the Lockdown of American Politics (2016) and Crime and No Punishment: Wealth, Power, and Violence in America (2025). Her research investigates the origins of the carceral state in the United States, the critiques of the scope and size of the carceral network, and the intersections of the carceral state with race and economic inequality.

Crime and No Punishment: Wealth, Power, and Violence in America By Marie Gottschalk.

The consequences of America’s retreat from prosecuting elite-level corporate crimeThe United States is an exceptionally violent country, increasingly unable or unwilling to stem violence in its many forms. A growing corporate crime wave has gone unprosecuted and unpunished, with those in the C-suites largely escaping accountability. Meanwhile, the country has doubled down on pursuing people accused of street and drug crimes and immigration offenses. Corporate impunity, the financialization of the economy, militarized policing, the burgeoning carceral state, and the forever wars in Afghanistan, Iraq, and elsewhere all have fostered corporate, economic, and state violence in America. In Crime and No Punishment, Marie Gottschalk argues that these developments have undermined the legitimacy of American political and economic institutions. Gottschalk analyzes how the concentration of economic, political, and military power has siphoned off vital resources, preying on the most vulnerable communities and normalizing violence and death. It has kept America from attacking the root causes of violent street crime and curtailing “deaths of despair” from suicide, alcoholism, drug overdoses, and chronic diseases. The United States continues to incarcerate more of its people than nearly every other country even as it decriminalizes or turns a blind eye to elite-level corporate crime. Public and scholarly attention, however, remains fixated on violent street crime–although corporate and white-collar crime and state and economic violence directly and indirectly hurt far more people in the United States. Gottschalk contends that the US failure to protect its people from these harms has increased the fragility of democracy in America.

Career

In the 1980s she spent two years in China as a university lecturer and published on international relationships between China and the United States under the Bush administration.[1] By 1992, after having worked as a journalist, she was associate editor of World Policy Journal (WPJ). In a 1992 WPJ article she echoed concerns expressed by Washington Post journalist, Colman McCarthy that the American media, which were under "unprecedented restrictions" during the Gulf War, was—like the "American consumer, corporation and Congress"—being profoundly re-shaped by the Bush administration.[2][3][4] Before joining the University of Pennsylvania, she also worked as a visiting scholar at the Russell Sage Foundation and as a Fulbright Program Distinguished Lecturer in Japan. She served on the American Academy of Arts and Sciences' National Task Force on Mass Incarceration and the National Academy of Sciences' Committee on the Causes and Consequences of High Rates of Incarceration.[5] She was featured among the experts interviewed in the Academy Award-nominated 2016 documentary 13th.[6]