Door Frank , 27 september 2026

Trump is doodsbang dat nieuwe Chinese technologie de Amerikaanse economie zal doen Crashen

China

Door Frank Dumon

De ontmoeting tussen Donald Trump en Xi Jinping in Washington laat een merkwaardige paradox zien: de Verenigde Staten beschouwen China steeds nadrukkelijker als hun belangrijkste strategische concurrent, maar zijn tegelijkertijd voor technologie, industriƫle productie en kritieke grondstoffen in belangrijke mate afhankelijk van datzelfde China. De overweldigende boodschap was: China houdt de kaarten in handen. Van handel tot zeldzame aardmetalen, technologie, AI, enzovoort. KJ Noh, een onafhankelijke journalist gespecialiseerd in de geopolitiek van de Aziatisch Pacifische regio, merkte op dat er toenemende zorgen zijn dat de Verenigde Staten zouden kunnen escaleren tot het gebruik van tactische kernwapens, naarmate ze hun agressieoorlog tegen Iran verliezen en er niet in slagen om China in te dammen.

Een top vol vriendelijke woorden en tegenstrijdige signalen

Op het eerste gezicht was de boodschap van de Trump-Xi-top er een van verzoening. Tijdens het staatsdiner en de officiƫle ontmoetingen werden woorden gesproken over vrede, harmonie, samenwerking en wederzijds voordeel. President Trump benadrukte volgens de analyse van KJ Noh het belang van een stabiele relatie met Beijing. Maar achter die diplomatieke taal ziet Noh een fundamenteel andere werkelijkheid. Volgens hem blijft een groot deel van het Amerikaanse establishment China beschouwen als de belangrijkste strategische bedreiging voor de Verenigde Staten. De Amerikaanse regering wil volgens deze analyse voorkomen dat China zijn technologische, industriƫle en economische voorsprong verder uitbouwt.

Daarmee ontstaat een fundamentele tegenstelling. Washington wil China afremmen, maar kan het tegelijkertijd niet eenvoudig vervangen. De Amerikaanse economie is diep verweven met Chinese productieketens. Die afhankelijkheid geldt voor industriƫle goederen, elektronische componenten en vooral voor een reeks kritieke mineralen en zeldzame aardmetalen. De top tussen Trump en Xi moet daarom niet alleen worden bekeken als een diplomatieke gebeurtenis. Ze kan ook worden gezien als een uitdrukking van een veel groter probleem: de Verenigde Staten willen strategische onafhankelijkheid van China, maar beschikken nog niet over de industriƫle infrastructuur om die onafhankelijkheid snel te realiseren.

De nieuwe inzet: kunstmatige intelligentie

Een belangrijk onderdeel van de Amerikaans-Chinese concurrentie is kunstmatige intelligentie. Dat werd volgens het transcript ook duidelijk tijdens het staatsdiner, waar naast Trump en Xi verschillende leiders van de Amerikaanse technologiesector aanwezig waren. De namen illustreren hoe belangrijk AI inmiddels voor Washington is geworden: Nvidia, AMD, Apple, Microsoft, Google, OpenAI en SpaceX waren vertegenwoordigd. AI is daarmee niet langer uitsluitend een technologische ontwikkeling. Het is onderdeel geworden van de economische en strategische machtsstrijd tussen de Verenigde Staten en China.

Volgens Noh heeft Washington een groot deel van zijn toekomstige economische strategie op AI gebaseerd. De gedachte daarachter is dat kunstmatige intelligentie niet alleen een nieuwe sector vormt, maar ook andere sectoren ingrijpend kan veranderen. AI kan productiviteit verhogen, wetenschappelijk onderzoek versnellen, nieuwe technologie ontwikkelen en militaire toepassingen mogelijk maken. In die visie wordt AI een soort strategische ā€œkiller appā€: een technologie die de Verenigde Staten een langdurige voorsprong zou kunnen geven.

Maar juist hier ontstaat een probleem. Volgens Noh blijkt China veel sneller vooruitgang te boeken dan veel Amerikaanse beleidsmakers hadden verwacht. China beschikt over enorme industriƫle capaciteit, grote hoeveelheden rekenkracht en een omvangrijke binnenlandse markt waarin nieuwe technologie snel kan worden toegepast. Daarbij is er een fundamenteel verschil in benadering. Washington heeft de afgelopen jaren geprobeerd bepaalde geavanceerde technologieƫn en halfgeleiders af te schermen en de toegang van China tot de meest geavanceerde chips te beperken. Beijing probeert daarentegen steeds sterker eigen technologie te ontwikkelen en stimuleert bovendien open-source AI-systemen.

Dat laatste vormt volgens Noh een bijzonder grote uitdaging voor Amerikaanse technologiebedrijven. Een commercieel model gebaseerd op dure, gesloten systemen moet immers concurreren met modellen die veel goedkoper of zelfs vrij beschikbaar zijn.

De AI-zeepbel

Tegelijkertijd groeit in de Verenigde Staten de bezorgdheid over de enorme waarderingen van technologiebedrijven die verbonden zijn met kunstmatige intelligentie. De huidige AI-boom heeft miljarden dollars aan investeringen aangetrokken. Grote technologiebedrijven investeren enorme bedragen in datacenters, chips, energievoorziening en nieuwe AI-infrastructuur. Een belangrijk deel van de stijgende beurswaarderingen van de Amerikaanse technologiesector hangt samen met de verwachting dat AI een enorme toekomstige economische opbrengst zal genereren.

Maar juist daardoor ontstaat een risico. Als de verwachte economische opbrengsten achterblijven bij de verwachtingen, kan een correctie op de financiĆ«le markten gevolgen hebben die veel verder reiken dan de technologiesector. Volgens Noh wordt AI daarom niet alleen gezien als een technologische ontwikkeling, maar ook als een belangrijke pijler onder de Amerikaanse economie. Dat maakt de Amerikaanse inzet des te groter. Zijn kritiek gaat verder. Hij stelt dat sommige Amerikaanse technologiebedrijven de dreiging van toekomstige kunstmatige algemene intelligentie — AGI — gebruiken om strengere controle over de ontwikkeling van AI te rechtvaardigen. Volgens hem bestaat er daarbij een belangenconflict: dezelfde bedrijven die waarschuwen voor de gevaren van AI vragen de overheid tegelijkertijd om hen een grote rol te geven in het toezicht op die technologie.

Het Chinese model

Volgens Noh ligt het verschil tussen Washington en Beijing niet alleen in technologie, maar ook in de manier waarop technologie economisch wordt georganiseerd. Hij beschrijft de Amerikaanse aanpak als sterk gericht op intellectueel eigendom, commerciƫle controle en bescherming van technologische voorsprong. China zou daarentegen proberen AI meer als een algemene infrastructuur te behandelen, vergelijkbaar met elektriciteit: een bron van productiviteit die zo breed mogelijk beschikbaar moet zijn.

Een belangrijk onderdeel van deze Chinese strategie is het gebruik van open-source modellen. Chinese bedrijven hebben de afgelopen jaren verschillende AI-modellen ontwikkeld die internationaal beschikbaar zijn gesteld en door onderzoekers en bedrijven verder kunnen worden aangepast. Voor Amerikaanse bedrijven creƫert dat een moeilijke situatie. Wanneer hoogwaardige AI steeds goedkoper en vrijer beschikbaar wordt, wordt het moeilijker om enorme winstmarges te rechtvaardigen op basis van gesloten modellen. Daarmee raakt de technologische concurrentie aan een veel fundamentelere vraag: wie bepaalt uiteindelijk wie toegang heeft tot de technologie die de economie van de eenentwintigste eeuw aandrijft?

De kwetsbare positie van de Verenigde Staten

De tegenstelling tussen Washington en Beijing wordt nog duidelijker wanneer men kijkt naar zeldzame aardmetalen. Zeldzame aardmetalen zijn niet noodzakelijk zeldzaam in geologische zin. Het probleem is vooral dat ze verspreid voorkomen en moeilijk economisch te ontginnen en te verwerken zijn. De verwerking tot bruikbare materialen en magneten vereist gespecialiseerde industriƫle kennis, infrastructuur en grote investeringen.

China heeft daarin een dominante positie opgebouwd. Dat heeft gevolgen voor vrijwel iedere moderne industriƫle sector. Zeldzame aardmetalen en permanente magneten worden gebruikt in elektronica, elektrische motoren, windturbines, defensiesystemen en tal van andere toepassingen. Hier ontstaat opnieuw dezelfde paradox. Washington wil zijn afhankelijkheid van China verminderen, maar het opbouwen van een volledige alternatieve productieketen kost veel tijd.

Mijnbouw alleen volstaat immers niet. Er zijn raffinaderijen, chemische installaties, verwerkingscapaciteit, gespecialiseerde werknemers en fabrikanten nodig. Bovendien moeten complete toeleveringsketens opnieuw worden opgebouwd. Volgens Noh kan dat jaren of zelfs tientallen jaren duren. Daarom is de relatie tussen Washington en Beijing vergelijkbaar met een scheiding waarbij beide partijen elkaar niet meer vertrouwen, maar economisch nog steeds diep met elkaar verweven zijn. De politieke relatie wordt steeds vijandiger, terwijl de economische werkelijkheid samenwerking noodzakelijk maakt.

Taiwan als strategisch brandpunt

Naast technologie en grondstoffen blijft Taiwan een van de gevaarlijkste onderdelen van de Amerikaans-Chinese verhouding. Volgens het transcript drong Xi Jinping er tijdens zijn ontmoeting met Trump op aan dat Washington zich zou verzetten tegen Taiwanese onafhankelijkheid en zou stoppen met het bewapenen van Taiwan. Voor Beijing is Taiwan geen gewone geopolitieke kwestie. Het eiland vormt volgens de Chinese regering een onderdeel van China en de kwestie raakt rechtstreeks aan de Chinese soevereiniteit.

Voor Washington is Taiwan tegelijkertijd een belangrijk onderdeel geworden van zijn strategie in de Indo-Pacifische regio. Amerikaanse wapenleveringen aan Taiwan worden door Washington officieel vooral gerechtvaardigd als onderdeel van afschrikking en regionale veiligheid. Juist hier lopen de verschillende strategische interpretaties volledig uiteen. Wat Washington omschrijft als afschrikking, kan Beijing interpreteren als voorbereiding op een militair conflict. Volgens Noh vormt Taiwan daarom een potentieel ontstekingspunt dat een veel groter conflict zou kunnen veroorzaken.

De erfenis van Air-Sea Battle

Noh verwijst daarnaast naar de Amerikaanse militaire doctrine die bekend werd als Air-Sea Battle. Deze strategie ontstond rond 2009 als antwoord op de groeiende militaire mogelijkheden van China. De kern van de doctrine was het vermogen om vijandelijke militaire systemen op grote afstand aan te vallen en tegelijkertijd de eigen strijdkrachten tegen aanvallen te beschermen. Een dergelijke strategie veronderstelt een zeer hoge capaciteit aan precisiewapens, sensoren, communicatie- en navigatiesystemen.

Volgens Noh bestaat juist daar een belangrijk probleem. Een oorlog tegen China zou een enorme hoeveelheid conventionele munitie vereisen. De Amerikaanse voorraden zijn niet onbeperkt. Daarmee komt de discussie opnieuw terecht bij de eerder genoemde zeldzame aardmetalen. Moderne precisiewapens, sensoren en elektronische systemen zijn afhankelijk van complexe industriƫle productieketens. De strategische concurrentie met China is daardoor niet uitsluitend een militaire competitie. Het is tegelijkertijd een competitie om fabrieken, grondstoffen, chips, energie, logistiek en industriƫle capaciteit.

Het nucleaire risico

Een van de meest verontrustende passages in het interview betreft kernwapens. Noh uit de vrees dat een staat die zich conventioneel onvoldoende sterk voelt, uiteindelijk zou kunnen overwegen tactische kernwapens in te zetten om een militair conflict alsnog te beĆÆnvloeden. Hij verwijst daarbij naar Amerikaanse discussies over het gebruik van tactische kernwapens en naar de uitspraken van Elbridge Colby over de rol van kernwapens in de Amerikaanse strategie.

Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen dergelijke strategische discussies en een daadwerkelijk besluit om kernwapens te gebruiken. Het transcript beschrijft een risicoanalyse en een politieke interpretatie; het vormt op zichzelf geen bewijs dat Washington van plan is kernwapens tegen China of Iran in te zetten. Toch is het onderwerp relevant. Hoe meer grote mogendheden elkaar als existentiƫle bedreiging gaan beschouwen, hoe groter het belang wordt van militaire communicatie, crisisbeheersing en duidelijke grenzen.

Van China naar Iran

Het gesprek plaatst de confrontatie met China bovendien in de bredere context van de oorlog in West-Aziƫ. Volgens Noh heeft de Amerikaanse betrokkenheid bij het conflict met Iran geleid tot een situatie waarin Washington op meerdere fronten tegelijk militaire middelen moet inzetten. Daardoor ontstaat druk op munitievoorraden en logistieke capaciteit. Daarbij speelt ook de Straat van Hormuz een cruciale rol. Een aanzienlijk deel van de mondiale oliehandel passeert deze strategische zeestraat. Iedere ernstige verstoring kan daardoor onmiddellijk gevolgen hebben voor energieprijzen, transportkosten en de wereldeconomie.

BRI

In het transcript wordt bovendien gewezen op de Rode Zee en de Bab el-Mandeb. Samen vormen deze waterwegen belangrijke verbindingen tussen de energieproducerende regio's van West-Aziƫ, de Indische Oceaan en de Europese markten. Wanneer verschillende strategische knooppunten tegelijkertijd worden bedreigd, ontstaat een risico dat ver buiten de oorspronkelijke conflicten reikt.

Een wereld van tegenstrijdigheden

Uiteindelijk draait het hele gesprek om ƩƩn fundamentele tegenstelling. De Verenigde Staten willen China strategisch beperken, maar hebben China tegelijkertijd nodig. Ze willen hun industriƫle afhankelijkheid verminderen, maar kunnen de Chinese productieketens niet snel vervangen. Ze willen technologisch leiderschap behouden, maar worden geconfronteerd met een Chinese industrie die in verschillende domeinen steeds sneller vooruitgaat.

Ook de AI-sector illustreert deze paradox. Washington probeert geavanceerde technologie te beschermen en de Chinese toegang te beperken, terwijl Chinese bedrijven tegelijkertijd steeds betere eigen modellen ontwikkelen. De Amerikaanse uitdaging is daarom groter dan alleen de vraag wie het beste AI-model bouwt. De werkelijke vraag is of de Verenigde Staten hun industriƫle basis opnieuw kunnen opbouwen zonder de wereldwijde economische verwevenheid die hun eigen economie tientallen jaren heeft gevormd, abrupt te verstoren.

Geen echte oplossing, maar uitstel

Volgens Noh heeft de top tussen Trump en Xi daarom vooral tijd gekocht. De grote problemen — handel, zeldzame aardmetalen, technologie, Taiwan en strategische concurrentie — zijn niet verdwenen. Een tijdelijke handelsovereenkomst of uitstel van bepaalde maatregelen verandert weinig aan de structurele verhouding tussen beide landen. De Amerikaanse en Chinese economieĆ«n blijven met elkaar verbonden, terwijl hun strategische belangen steeds verder uit elkaar lijken te lopen.

Dat maakt de relatie uitzonderlijk kwetsbaar. Beide landen hebben belang bij economische stabiliteit, maar bereiden zich tegelijkertijd voor op een langdurige machtsstrijd. De vraag is dan ook niet alleen wie uiteindelijk technologisch de leiding zal nemen. De veel belangrijkere vraag is of Washington en Beijing erin zullen slagen hun concurrentie binnen beheersbare grenzen te houden. Want zolang de Verenigde Staten China als de belangrijkste bedreiging beschouwen en China tegelijkertijd onmisbaar blijft voor de Amerikaanse industrie, zal iedere poging tot confrontatie worden beperkt door dezelfde economische werkelijkheid.

China kan niet eenvoudig worden afgesneden van de wereldeconomie zonder ook de Amerikaanse economie te raken. En precies daarin ligt de paradox die de Trump-Xi-top zichtbaar maakt: Washington wil China afremmen, maar kan zich een wereld zonder China voorlopig evenmin veroorloven.

De toekomst van de Amerikaans-Chinese verhouding zal daarom niet uitsluitend worden beslist door presidentiƫle toespraken of diplomatieke diners. Ze zal worden bepaald door fabrieken, chips, energie, zeldzame aardmetalen, AI-systemen, handelsroutes en industriƫle capaciteit. De technologische machtsstrijd is daarmee in wezen een strijd om de economische infrastructuur van de eenentwintigste eeuw. En daarin heeft China kaarten in handen die Washington niet kan negeren.